RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.20620 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer], en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Hopman). Procesverloop Bij besluit van 12 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1 Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2022 op zitting behandeld in Breda. Partijen zijn niet verschenen. Overwegingen
- Op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb2 bevat het beroepsschrift de gronden van beroep. Indien niet aan dit vereiste is voldaan, kan op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits eiser de gelegenheid heeft gehad het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen.
- De rechtbank stelt vast dat eiser op 13 oktober 2022 in de gelegenheid is gesteld om gronden in te dienen. Eiser heeft geen gronden ingediend binnen de gestelde termijn. Niet is gebleken dat dit niet aan eiser is toe te rekenen.
- Daarnaast is gebleken dat eiser geen procesbelang heeft bij de inhoudelijke behandeling van zijn beroep. De gemachtigde van eiser heeft op 18 oktober 2022 laten weten dat hij geen contact heeft met eiser en dat hij de opvang heeft verlaten. Volgens verweerder is eiser met onbekende bestemming vertrokken. Hieruit leidt de rechtbank af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke
- Op grond van artikel 30, eerste lid van de Vreemdelingenwet
- 2 Algemene wet bestuursrecht. bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij de beoordeling van zijn beroep.3
- Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Karsten-Badal, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. 3 Zie voor dit oordeel ook de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:
- Dit uitspraak is bekendgemaakt op: Documentcode: DSR23251348 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.