RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.10259 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. de Schutter), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.R. de Groot). Procesverloop In het besluit van 30 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder eiser te kennen gegeven dat hij aan de autoriteiten van Oostenrijk zal worden overgedragen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 28 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
- Eiser verblijft niet rechtmatig in Nederland. Hij is op 21 mei 2022 staande gehouden door de Vreemdelingenpolitie en heeft tijdens een gehoor gezegd dat hij in Oostenrijk asiel heeft aangevraagd. Verweerder heeft vervolgens de Oostenrijkse autoriteiten gevraagd om eiser over te nemen. De Oostenrijkse autoriteiten hebben hiermee ingestemd. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder bepaald dat eiser wordt overgedragen aan Oostenrijk.
- Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert aan dat hij niet wil terugkeren naar Oostenrijk, omdat hij daar niets heeft. Hij verkeert in psychische nood en zegt dat hij nog liever doodgaat dan dat hij naar Oostenrijk terug moet. Volgens eiser heeft verweerder met het voorgaande geen rekening gehouden.
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft mogen bepalen dat eiser wordt overgedragen aan Oostenrijk. In wat eiser aanvoert heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien voor een andere conclusie. Eiser heeft zijn psychische gesteldheid niet met stukken of anderszins onderbouwd. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor de conclusie dat verweerder onderzoek had moeten doen naar eisers psychische gesteldheid. Daarbij verwijst de rechtbank naar de uitspraak over de inbewaringstelling van eiser.1 De beroepsgrond slaagt niet.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2022 door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
- De uitspraak van deze rechtbank, deze zittingsplaats van 10 juni 2022, rechtsoverwegingen 6 en 7 (NL22.9829). Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 28 juni 2022 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.