RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.10855 proces-verbaal van de mondelingen uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F.C. Stoop), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.R. de Groot). Procesverloop In het besluit van 9 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoeker wordt overgedragen aan Frankrijk. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL22.10854, plaatsgevonden op 28 juni
- Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. M.A.M. Karsten, als waarnemer van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe; bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Frankrijk totdat is beslist op het beroep tegen het bestreden besluit; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.518,
- Overwegingen
- De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
- Tussen partijen is niet in geschil dat verzoeker psychische problemen heeft. De gemachtigde van verzoeker heeft op de zitting toegelicht dat verzoeker afgelopen vrijdag (24 juni 2022) is overgeplaatst van het Detentiecentrum Rotterdam naar het [verblijfplaats] . Op dit moment is er nog geen medische diagnose bekend of vastgesteld. De gemachtigde van verzoeker heeft op de zitting gezegd dat hij hoopt dat hij snel duidelijkheid kan geven over verzoekers medische diagnose. Dit om nader te onderbouwen dat een overdracht aan Frankrijk onomkeerbare gevolgen heeft voor verzoekers gezondheid. De gemachtigde van verzoeker heeft verzocht om de zaak over twee weken weer op zitting te behandelen. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder te kennen gegeven dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.
- Nu tussen partijen niet in geschil is dat op dit moment van een overdracht van verzoeker naar Frankrijk moet worden afgezien, wijst de voorzieningenrechter de gevraagde voorlopige voorziening toe. Dit betekent dat verzoeker niet mag worden overgedragen totdat is beslist op het beroep tegen het bestreden besluit.
- Zoals tijdens de zitting is besproken, wordt het beroep aangehouden en voortgezet op de zitting van 12 juli
- Omdat de gevraagde voorlopige voorziening is toegewezen, veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2022 door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 28 juni 2022 Documentcode: [nummer] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.