RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.2746 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. G.J. Dijkman), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 19 december 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder een aanvraag van eiseres om verlening van de status van EU-langdurig ingezetene, dan wel om een vergunning tot verblijf regulier voor onbepaalde tijd, afgewezen. Bij besluit van 16 maart 2020 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en haar in het bezit gesteld van een vergunning tot verblijf regulier voor onbepaalde tijd met ingang van 11 maart
- Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld. Bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 18 november 2020 is dit beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft eiseres hoger beroep ingesteld. Bij uitspraak van 18 november 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) dit hoger beroep gegrond verklaard. De ABRvS heeft de uitspraak van 18 november 2020 vernietigd, het beroep tegen het besluit van 16 maart 2020 gegrond verklaard en het besluit van 16 maart 2020 vernietigd. Bij besluit van 24 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en haar in het bezit gesteld van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen met ingang van 13 augustus
- Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 8 juni 2022 telefonisch op zitting behandeld. Eiseres is niet verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Overwegingen
- De rechtbank stelt vast dat eiseres inmiddels in het bezit is gesteld van de gevraagde verblijfsvergunning. Voor zover het beroep is gericht tegen de afwijzing van de gevraagde verblijfsvergunning, heeft eiseres hierbij geen belang meer.
- Eiseres heeft beroepsgronden gericht tegen de ingangsdatum van de verleende verblijfsvergunning. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet nader gemotiveerd welk belang zij heeft bij een oordeel van de rechtbank over de ingangsdatum van deze vergunning.
- Eiseres voert voorts aan dat haar procesbelang is gelegen in de vergoeding van de proceskosten in bezwaar. Zij voert hiertoe aan - zo begrijpt de rechtbank - dat het bezwaar gegrond had moeten worden verklaard op basis van de bezwaargronden die zij oorspronkelijk tegen het primaire besluit had ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres wel procesbelang bij haar beroep, voor zover het is gericht tegen het niet vergoeden van de kosten van de bezwaarprocedure.
- De rechtbank stelt vast dat eiseres bij brief van 11 maart 2020 een verlengd arbeidscontract heeft overgelegd. Dit was dus ná het primaire besluit. Op basis van dit arbeidscontract heeft verweerder haar een vergunning tot verblijf regulier voor onbepaalde tijd met ingang van 11 maart 2020 verleend, omdat zij op dát moment had aangetoond dat zij voldeed aan het middelenvereiste. Eiseres heeft niet bestreden dat zij ten tijde van het primaire besluit (nog) niet aan het middelenvereiste van bestaan voldeed. Er is dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het primaire besluit onrechtmatig was. Voor een proceskostenveroordeling in de bezwaarfase is daarom evenmin aanleiding geweest.
- Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling in de beroepsfase bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 10 juni 2022 Documentcode: [nummer] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.