← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:12697

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.12574 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.J. Portegies), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 2 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 11 juli 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J.P. Kent. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen

  1. Eiser is van Moldavische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum]
  2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser: 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan; 3b. zich in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken; 3h. tot ongewenst vreemdeling is verklaard als bedoeld in artikel 67 van de Wet of tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Wet; 3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; en als lichte gronden vermeld dat eiser: 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan; 4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
  3. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen niet heeft betwist. Ongewenstverklaring
  4. Eiser voert aan dat de ongewenstverklaring hem niet bekend was. Hij wist daarom niet dat hij geen verblijfsrecht heeft in Nederland. De ongewenstverklaring is wel gepubliceerd in de Staatscourant, maar die heeft hij nooit gelezen.
  5. De rechtbank stelt vast dat het besluit van 8 maart 2018, waarbij eiser ongewenst is verklaard, door verweerder is bekendgemaakt op 14 maart 2018 door publicatie in de Staatscourant, aangezien het eiser niet kon worden uitgereikt, omdat hij toen Nederland al was uitgezet. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is in dat geval een bekendmaking van een besluit door publicatie daarvan in de Staatscourant een juiste wijze van bekendmaking zoals bedoeld in artikel 3:41 en 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht. Door deze publicatie mag eiser bekend worden verondersteld met het besluit. Ter zitting heeft eiser aangegeven dat hij alsnog in beroep zal gaan tegen de ongewenstverklaring, die in deze procedure overigens niet ter toetsing voorligt. De beroepsgrond slaagt niet.
  6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: 13 juli 2022 en is openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl Mr. D. Verduijn M.A.W.M. Engels Rechter Griffier Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [nummer] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.