RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.21743 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I. Vugs). Procesverloop Bij besluit van 24 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.21744, op 24 november 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Fayez. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- Niet in geschil is dat Frankrijk op grond van de Dublinverordening de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming.
- Verder heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat er geen redenen zijn om eiser niet aan Frankrijk over te dragen. Verweerder is hierbij ingegaan op wat eiser in het gehoor aanmeldfase heeft verklaard en wat namens hem in de zienswijze naar voren is gebracht.
- Wat overigens in beroep is aangevoerd, leidt ook niet tot een ander oordeel. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het eerder voor hem niet mogelijk was om asiel te vragen in Frankrijk. Eiser heeft dit namelijk ook niet geprobeerd. Dat zijn vriend telefonisch verkeerde informatie heeft gekregen over de mogelijkheid van asiel in Frankrijk laat onverlet dat de Franse autoriteiten inmiddels hebben ingestemd met de overname van eiser.
- Om die reden is ook eisers klacht dat hij in Frankrijk onvoldoende is voorgelicht geen reden om hem niet over te dragen. Met het overnameakkoord heeft Frankrijk namelijk toegezegd het asielverzoek van eiser te zullen behandelen met inachtneming van de Opvangrichtlijn, de Procedurerichtlijn en de Kwalificatierichtlijn. Dat betekent dat hij in Frankrijk opvang zal krijgen en dat zijn aanvraag inhoudelijk zal worden beoordeeld. Eisers suggestie dat hij mogelijk geen opvang zal krijgen of dat hij mogelijk zal worden blootgesteld aan refoulement, is niet nader onderbouwd en is dan ook niet gefundeerd.
- De omstandigheid dat eiser vanwege gezondheidsklachten is gezien door de praktijkondersteuner GGZ van het GZA staat niet in de weg aan overdracht in het kader van de Dublinverordening. Op grond van de Opvangrichtlijn heeft eiser ook in Frankrijk aanspraak op medisch noodzakelijke zorg en de medische voorzieningen aldaar zijn van een vergelijkbaar niveau als in Nederland. Voor zover eiser heeft verklaard dat hij het vervelend vindt dat hij opnieuw in Frankrijk zijn verhaal moet doen, is dit geen omstandigheid die leidt tot de conclusie dat hij aan Nederland gebonden is voor medische behandeling.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Verordening (EU) Nr. 604/2013.