Rechtbank den haag Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/633250 / KG ZA 22-709 Vonnis in kort geding van 29 november 2022 in de zaak van HEIJMANS INFRA B.V. te Rosmalen, eiseres, advocaat mr. M.S. Houweling te Den Haag, tegen: DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat) te Den Haag, gedaagde, advocaten mrs. D. Wolters Rückert en L.A. van Essen te Den Haag, waarin zijn tussengekomen: STRUKTON ROADS & CONCRETE B.V. te Utrecht, eiseres, advocaat mr. P. Heijnsbroek te Rotterdam, NV BESIX SA te Brussel, België, advocaten mrs. B.J.H. Blaisse-Verkooijen en O.L. van der Pol te Haarlem, DURA VERMEER INFRA REGIONALE PROJECTEN B.V. te Hoofddorp, advocaat mr. L.C. van den Berg te Den Haag, en KWS INFRA B.V. te Vianen, advocaten mrs. J.W.A. Meesters en S.E. Vlaanderen te Amsterdam. Partijen worden hierna afzonderlijk aangeduid als ‘Heijmans’, ‘RWS’, ‘Strukton’, ‘Besix’, ‘DVI’ en ‘KWS’. Strukton, Besix, DVI en KWS worden hierna gezamenlijk ook aangeduid als ‘de interveniënten’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 4 augustus 2022, met producties 1 tot en met 10; - de conclusie van antwoord; - de incidentele conclusie van Strukton tot primair tussenkomst en subsidiair voeging; - de incidentele conclusie van Besix tot primair tussenkomst en subsidiair voeging; - de incidentele conclusie van DVI tot primair tussenkomst en subsidiair voeging; - de incidentele conclusie van KWS tot primair tussenkomst en subsidiair voeging; - de brief van mrs. Blaisse-Verkooijen en Van der Pol van 10 oktober 2022; - de akte van Heijmans houdende overlegging producties 11 tot en met 13; - de op 8 november 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Heijmans en de interveniënten pleitnotities zijn overgelegd en Heijmans haar producties 5 tot en met 8 heeft teruggetrokken. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De incidenten tot primair tussenkomst en subsidiair voeging 2.1. De interveniënten hebben gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Heijmans en RWS dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van RWS. Ter zitting hebben Heijmans en RWS verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. De interveniënten zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partijen, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen. 3De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 3.1. RWS heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd volgens de concurrentiegerichte dialoog overeenkomstig het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) voor het voorbereiden en realiseren van variabel onderhoud aan verhardingen en kunstwerken binnen het areaal Zuid-Nederland (hierna: ‘de Opdracht’). Op hoofdlijnen laten de werkzaamheden zich onderscheiden in 1) de scoping van onderhoud, 2) het voorbereiden en realiseren van levensduur verlengend onderhoud (LVO) en 3) het voorbereiden en realiseren van groot onderhoud (GO). De scoping van onderhoud dient te worden uitgevoerd door een ‘mixed team’, bestaande uit medewerkers van RWS en de opdrachtnemer. 3.2. Ten behoeve van deze aanbestedingsprocedure is op 26 april 2021 een aanbestedingsleidraad gepubliceerd (hierna: ‘de Aanbestedingsleidraad’). Blijkens paragraaf 2.1.1 van de Aanbestedingsleidraad is het areaal Zuid-Holland opgedeeld in drie percelen: 1) perceel West, 2) perceel Midden en 3) perceel Zuid-Oost. In paragraaf 2.2. van de Aanbestedingsleidraad valt te lezen dat per perceel één raamovereenkomst met één opdrachtnemer wordt gesloten met een looptijd van vier jaar. Inschrijvers mogen blijkens paragraaf 7 van de Aanbestedingsleidraad op alle percelen inschrijven, maar kunnen slechts één perceel gegund krijgen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorkeur van een winnende inschrijver voor een perceel. Een inschrijver die een reeds een perceel toegewezen heeft gekregen, wordt uit de uitslag van de overige percelen geschrapt. 3.3. Het gunningscriterium is blijkens paragraaf 7 van de Aanbestedingsleidraad de economisch meest voordelige inschrijving met de beste prijs-kwaliteitsverhouding (BPKV). Het gunningscriterium BKPV is uitgewerkt is de als bijlage H bij de Aanbestedingsleidraad gevoegde ‘Tabel BPKV-criteria’. 3.4. In paragraaf 6.3.5 van de Aanbestedingsleidraad is beschreven welke kwalitatieve documenten een inschrijver bij zijn inschrijving dient te verstrekken. 3.5. In het antwoord op vraag 80 van de Nota van Inlichtingen heeft RWS bepaald dat ten aanzien van criterium 1 Aanpak proces van scoping een inschrijver per sub[gunnings]criterium maximaal één bijlage ter illustratie of verduidelijking mag toevoegen en dat per bijlage een maximum omvang geldt van 2 A3 per sub[gunnings]criterium. 3.6. Heijmans heeft op alle drie de percelen ingeschreven, waarbij zij overeenkomstig paragraaf 6.5.3 van de Aanbestedingsleidraad op ieder perceel voor subgunningscriteria 1.1 en 1.2 dezelfde maatregelen heeft aangeboden. 3.7. Bij voorlopige gunningsbeslissingen van 23 juni 2022 heeft RWS de drie percelen voorlopig gegund aan respectievelijk KWS, DVI en Besix. Heijmans is in de rangorde op deze percelen geëindigd op respectievelijk een vijfde, vierde en zesde plaats en zij komt om die reden niet voor gunning van een van de percelen in aanmerking. In de voorlopige gunningsbeslissingen, die in deze procedure niet door Heijmans zijn overgelegd, heeft RWS de toegekende scores gemotiveerd. Daarbij is ook op maatregelniveau een toelichting (in de vorm van bevindingen) gegeven. Voor de beoordeling van het onderhavige geschil zijn relevant bevinding 3 bij de in het kader van subgunningscriterium 1.1 door Heijmans beschreven maatregel 3 (hierna: ‘M3’) en bevinding 6 bij de in het kader van subgunningscriterium 1.2 door Heijmans beschreven maatregel 14 (hierna: ‘M14’). Heijmans heeft op die subgunningscriteria respectievelijk een 8 en een 9 gescoord. 3.8. Heijmans heeft op 8 juli 2022 bij het klachtenmeldpunt van RWS een klacht ingediend tegen de voorlopige gunningsbeslissingen. Volgens Heijmans is het door haar ingediende kwalitatieve document ‘Aanpak proces van scoping’ (hierna: ‘plan van aanpak’) in strijd met de aanbestedingsstukken niet volledig, dat wil zeggen inclusief de bijlagen, beoordeeld. Dit heeft volgens Heijmans tot gevolg dat de voorlopige gunningsbeslissingen op alle percelen dienen te worden ingetrokken en alle inschrijvingen opnieuw moeten worden beoordeeld door een nieuw te benoemen beoordelingscommissie. Daarbij merkt Heijmans in haar brief op dat de inhoudelijke beoordeling van haar plan van aanpak evenmin op een juiste wijze heeft plaatsgevonden. 3.9. RWS heeft het bezwaar van Heijmans bij brief van 20 juli 2022 ongegrond verklaard. In die brief valt onder meer het volgende te lezen: 4Het geschil 4.1. Heijmans vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair: - RWS te veroordelen de voorlopige gunningsbeslissingen van 23 juni 2022 in te trekken en ingetrokken te houden; - RWS te gebieden de inschrijving van Heijmans op alle percelen, althans alle ontvangen inschrijvingen, volledig te herbeoordelen met inachtneming van dit vonnis voor wat betreft de gronden voor herbeoordeling, waaronder in elk geval dient te worden verstaan het beoordelen van alle bijlagen, maar in ieder geval de bijlagen bij het plan van aanpak; - RWS te gebieden de herbeoordeling de laten uitvoeren door een geheel nieuwe beoordelingscommissie; - RWS te gebieden na herbeoordeling nieuwe gunningsbeslissingen te nemen; subsidiair: - RWS te veroordelen de voorlopige gunningsbeslissingen van 23 juni 2022 in te trekken en ingetrokken te houden; - RWS te gebieden de inschrijving van Heijmans op alle percelen, althans alle ontvangen inschrijvingen, volledig te herbeoordelen met inachtneming van dit vonnis voor wat betreft de gronden voor herbeoordeling, waaronder in elk geval dient te worden verstaan het beoordelen van alle bijlagen, maar in ieder geval de bijlagen bij het plan van aanpak; - RWS te gebieden na herbeoordeling nieuwe gunningsbeslissingen te nemen; meer subsidiair: - RWS te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden; uiterst subsidiair: - in goede justitie een passende voorziening te treffen; in alle gevallen: - de uit te spreken veroordelingen/geboden te versterken met een dwangsom en RWS te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente, en de nakosten. 4.2. Daartoe voert Heijmans – samengevat – aan dat RWS de bijlagen bij haar plan van aanpak voor gunningscriterium 1 ‘Aanpak proces van scoping’, die op grond van paragraaf 6.5.3 van de Aanbestedingsleidraad ter illustratie en/of verduidelijking mogen dienen, in strijd met paragraaf 7.2 van de Aanbestedingsleidraad en artikel 4.37 Arw 2016 niet in de beoordeling heeft betrokken. Een normaal oplettend en redelijke geïnformeerde inschrijver mocht volgens Heijmans op grond van de Aanbestedingsleidraad, het ARW 2016 en de Nota van Inlichtingen verwachten dat het plan van aanpak in zijn totaliteit zou worden beoordeeld. Daarbij merkt Heijmans op dat uit geen enkele bron valt af te leiden dat de bijlagen geen nieuwe informatie mogen bevatten c.q. de in het plan van aanpak genoemde maatregelen niet in de bijlagen mogen worden uitgewerkt. RWS heeft een ernstige fout gemaakt door de bijlagen niet in de beoordeling te betrekken. RWS heeft hierdoor in strijd gehandeld met het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en de beginselen van behoorlijk bestuur. De omstandigheid dat de bijlagen ten onrechte niet zijn beoordeeld, brengt volgens Heijmans met zich dat negen van de elf bevindingen in de voorlopige gunningsbeslissingen geheel of gedeeltelijk onterecht/onjuist zijn. Bedoelde fout kan volgens Heijmans worden hersteld door middel van een herbeoordeling van de inschrijving van Heijmans althans van alle inschrijvingen, waarbij ook de bijlagen volledig dienen te worden betrokken. Deze herbeoordeling dient naar de mening van Heijmans met het oog op het waarborgen van onafhankelijkheid en objectiviteit te worden uitgevoerd door een nieuwe beoordelingscommissie. Ten overvloede wijst Heijmans RWS erop dat de door haar in het kader van subgunningscriterium 1.1. beschreven maatregel 1 (M1) onjuist is beoordeeld en dat ten onrechte een puntenaftrek heeft plaatsgevonden wegens het onvoldoende borgen van de integraliteit over de percelen heen. 4.3. RWS en de interveniënten voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4.4. Strukton vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de vorderingen van Heijmans af te wijzen, zulks met veroordeling van Heijmans in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4.5. Verkort weergegeven stelt Strukton daartoe dat zij belang heeft bij afwijzing van de vorderingen van Heijmans, nu een toewijzing van die vorderingen ertoe kan leiden dat niet Strukton maar Heijmans de winnaar wordt van Perceel 3. 4.6. Besix vordert – zakelijk weergegeven bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.