RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/7144 beslissing ex artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 8 december 2022 [naam] , eiser,V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. J.S. Pols, advocaat te Vogelenzang), en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. J.V. de Kort). Aanleiding In het besluit van 3 november 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser geïnformeerd dat hij voor de duur van twee jaar staat gesignaleerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS II) en hem voor die duur de toegang tot het Schengengebied ontzegd. Eiser heeft hiertegen op 15 november 2022 bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter op 21 november 2022 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De griffier heeft verweerder verzocht de op het verzoek van eiser betrekking hebbende stukken toe te zenden aan de rechtbank. Verweerder heeft hieraan gevolg gegeven. Hij heeft echter ten aanzien van twee nader genoemde gedingstukken bij brief van 2 december 2022 een beroep gedaan op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit houdt in dat verweerder aan de rechtbank heeft meegedeeld dat alleen de rechtbank kennis mag nemen van deze stukken. De geheimhoudingskamer van de rechtbank heeft vervolgens op 7 december 2022 vragen gesteld aan verweerder. Verweerder heeft op 7 december 2022 het verzoek om vertrouwelijke kennisname voor één van de stukken voor een belangrijk deel laten vervallen en alsnog een document overgelegd. Beoordeling Partijen hebben in een procedure in beginsel recht op kennisneming van alle stukken uit het dossier. Dat neemt niet weg dat op dit recht uitzonderingen mogelijk zijn. Artikel 8:29 van de Awb geeft een regeling voor het geheel of gedeeltelijk geheimhouden van stukken in procedures bij de bestuursrechter. Het eerste lid van dit artikel houdt een beperking in van het recht op gelijke proceskansen. Deze beperking is slechts bij ‘gewichtige redenen’ mogelijk. Vindt de bestuursrechter de beperking gerechtvaardigd, dan is het op grond van het vijfde lid aan de andere partij om te beslissen of de rechter mede op de grondslag van de achtergehouden of geheimgehouden inlichtingen of stukken uitspraak kan doen. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de bestuursrechter of de beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Dit is een andere rechter dan de rechter die het verzoek van eiser zal behandelen. De beslissing of de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het bezwaar relevante informatie. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.