← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:14005

Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/639913 / JE RK 22-2634 Datum uitspraak: 20 december 2022 Beschikking van de kinderrechter Machtiging tot uithuisplaatsing; spoedvoorziening in de zaak naar aanleiding van het op 20 december 2022 ingekomen verzoekschrift van: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. betreffende: - [minderjarige01] geboren op [geboortedatum01] 2005 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [minderjarige01] , - [minderjarige02] , geboren op [geboortedatum02] 2009 te [geboorteplaats02] , Suriname, hierna te noemen: [minderjarige02] , hierna tezamen te noemen: de kinderen. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de man01] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats01] , [de vrouw01] , hierna te noemen: de moeder, zonder vaste woon- en verblijfplaats in Nederland, feitelijk verblijvende te [plaats01] , Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen. Feiten Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden. Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, is de vader belast met het ouderlijk gezag. [minderjarige01] en [minderjarige02] verblijven feitelijk bij de moeder. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 augustus 2022 [minderjarige01] en [minderjarige02] onder toezicht gesteld van 5 augustus 2022 tot 5 augustus

  1. Verzoek Het verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging om [minderjarige01] en [minderjarige02] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van en jeugdhulpaanbieder voor de duur van drie maanden. Het verzoek strekt mede tot toepassing van het bepaalde in artikel 800, derde lid, en artikel 809, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Beoordeling Op grond van de informatie zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige01] en [minderjarige02] in het belang van de verzorging en opvoeding, uit huis worden geplaatst. Het verhoor van de verzoeker en de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige01] en [minderjarige02] . De reden daarvoor is dat de moeder op 28 november 2022 samen met haar jongste kind [kind01] vanuit Suriname naar Nederland is gekomen en tegen het advies van de gecertificeerde instelling bij de vader en [minderjarige01] en [minderjarige02] is gaan wonen. De vader en de moeder hebben een zeer belast verleden wat betreft huiselijk geweld en op woensdag 30 november heeft er huiselijk geweld plaatsgevonden. De vader heeft vervolgens een huisverbod gekregen wat is verlengd tot 29 december
  2. De moeder kan tot het huisverbod in de woning blijven, maar heeft daarna geen woning of inkomen meer waardoor zij de zorg voor [minderjarige01] en [minderjarige02] niet meer zal kunnen dragen. De vader heeft zich de afgelopen periode niet aan het veiligheidsplan gehouden en is niet bereikbaar. De veiligheid van [minderjarige01] en [minderjarige02] zal hierdoor onvoldoende gewaarborgd kunnen worden bij de vader. Een machtiging tot uithuisplaatsing is nodig om vanuit een veilige situatie te kunnen onderzoeken wat er nodig is voor de [minderjarige01] en [minderjarige02] . Het verhoor zal op hierna te melden zitting plaatsvinden. Daarom zal als volgt worden beslist. Beslissing. De kinderrechter: machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden om [minderjarige01] en [minderjarige02] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 20 december 2022 tot 3 januari 2023; verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad; houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van: 27 december 2022 te 15:30 uur ; gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden; de vader; de moeder; [minderjarige01] voor een kindgesprek; [minderjarige02] voor een kindgesprek. Deze beschikking is gegeven door mr. C.F. Mewe, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 december
  3. Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.