← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:1422

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.13133 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. M. Grigorjan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Op 27 juni 2020 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag. Op 5 januari 2021 is alsnog op de asielaanvraag van eiser beslist. Bij brief van 8 februari 2021 heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat het beroep wordt gehandhaafd. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. Met de inwilliging van de aanvraag heeft eiser bereikt wat hij beoogde en hoeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet meer te worden beoordeeld. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk.
  2. Bij besluit van eveneens 5 januari 2021 heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser recht heeft op de maximale bestuurlijke dwangsom van € 1.
  3. Bij brief van 8 februari 2021 heeft eiser opgemerkt dat verweerder nog geen beslissing heeft genomen over de bestuurlijke dwangsom en proceskosten en de rechtbank verzocht hierover uitspraak te doen.
  4. Uit het dossier blijkt dat verweerder op 30 maart 2021 reeds de bestuurlijke dwangsom ten bedrage van € 1.442 aan eiser heeft betaald. Eiser heeft dan ook geen procesbelang meer op dit punt.
  5. Overeenkomstig het verzoek van eiser veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en 50 cent). Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.