← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:14402

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.13097 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. I. Mercanoglu), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.R. Ruijzendaal). Procesverloop Bij besluit van 4 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure buiten behandeling gesteld. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.13098, op 26 juli 2022 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

  1. Eiser is geboren op [geboortedatum]
  2. Hij heeft op 23 juni 2022 een opvolgende aanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De reden die verweerder daarvoor stelt is dat eiser het aanvraagformulier enkel heeft ondertekend.
  3. Eiser is het niet eens met de afwijzing. Op het besluit staat dat hij de Oekraïense nationaliteit heeft. Hij kan daarom niet worden overgedragen aan Oekraïne en om die reden dient verweerder zijn aanvraag wel in behandeling te nemen.
  4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet heeft hoeven uitgaan van de Oekraïense nationaliteit van eiser. De rechtbank neemt aan dat de vermelding van de Oekraïense nationaliteit op het besluit een kennelijke verschrijving is geweest, zoals verweerder ook naar voren heeft gebracht. Uit de stukken blijkt namelijk duidelijk dat eiser tot nu toe staatloos door het leven gaat. Zo heeft hij eerder een asielaanvraag ingediend en toen gesteld dat hij staatloos was. Ook bovenaan deze aanvraag die eiser heeft ingediend staat dat hij staatloos is. Verder staat in het voornemen dat de nationaliteit van eiser onbekend is. Dat hij Oekraïens zou zijn blijkt dus nergens anders uit dan uit de vermelding op het besluit. Eiser heeft dit verder ook niet aannemelijk kunnen maken. Daarom neemt de rechtbank aan dat dit een kennelijke verschrijving is geweest.
  5. Eiser heeft de huidige aanvraag alleen ondertekend met zijn naam, datum en handtekening. Verder heeft hij de aanvraag niet ingevuld. Ook heeft eiser geen zienswijze ingediend. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Het beroep is ongegrond.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2022 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Ruizendaal - van der Veen, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 03 augustus 2022 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.