RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11307 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.C.E. Hoftijzer), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S. Aboulouafa). Procesverloop Bij besluit van 10 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.11306, op 7 juli 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen S.M. Razaghi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- Verzoeker heeft de Iraanse nationaliteit en is geboren op [1989] . Hij heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend en daaraan onder meer ten grondslag gelegd dat sprake is van geloofsgroei.
- In het beroep heeft de rechtbank heden het onderzoek ter zitting geschorst. Op 24 mei 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) namelijk een aantal zaken1 ter zitting behandeld betreffende opvolgende asielaanvragen, waaraan voortzetting van een eerder ongeloofwaardig geachte bekering ten grondslag is gelegd. De beoordeling van de ABRvS kan van belang zijn voor het beroep van verzoeker. Om die reden wil de rechtbank de uitspraken van de ABRvS afwachten. 1 202005072/ 1, 202100736/ 1 en 202101256/
- Verzoeker heeft er belang bij om de uitkomst van het beroep in Nederland te kunnen afwachten. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
- De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener. Beslissing De voorzieningenrechter: treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat is beslist op het beroep; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.518,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 08 juli 2022 Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.