← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:14603

Rechtbank den haag Wrakingskamer wrakingnummer 2022/65 zaak- /rekestnummer: C/09/635714 / KG RK 22-1185 Beslissing van 14 november 2022 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: verzoekster, gemachtigde: P. van den Heuvel, strekkende tot de wraking van mr. E.M.M. Kettenis-de Bruin, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het schriftelijke wrakingsverzoek van 20 september 2022; - het proces-verbaal van de zitting van 19 september 2022; - de schriftelijke reactie van de rechter van 14 oktober
  2. 1.
  3. Op 31 oktober 2022 is het verzoek tot wraking ter zitting behandeld. Hierbij zijn verschenen: - verzoekster, bijgestaan door haar gemachtigde, tevens echtgenoot; - twee vertegenwoordigers van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), de wederpartij in de hoofdzaak, als toehoorders. De rechter heeft laten weten wegens cursus verhinderd te zijn om te verschijnen. 2Het wrakingsverzoek 2.
  4. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 20/7334 tussen verzoekster en het Uwv. Die zaak betreft het door verzoekster ingestelde beroep tegen de beslissing op bezwaar van het Uwv van 28 oktober
  5. In die zaak heeft een openbare behandeling van het beroep plaatsgevonden op 21 februari
  6. De rechtbank heeft toen ter zitting het onderzoek geschorst en bepaald dat het Uwv de rechtbank een schikkingsvoorstel toezendt, na ontvangst waarvan deze aan de gemachtigde van verzoekster zal worden toegezonden met het verzoek hierop te reageren. Nadat partijen hiertoe over zijn gegaan en over en weer op elkaar reacties hebben gereageerd, is de zitting voortgezet op 19 september
  7. De rechtbank heeft aan het einde van die zitting het onderzoek in de zaak gesloten en meegedeeld dat op 31 oktober 2022 uitspraak zal worden gedaan. 2.
  8. Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. De rechter heeft enkel oor gehad voor het Uwv. Zij heeft niet geluisterd naar verzoekster en zij heeft geen empathie voor haar. De rechter is ter zitting ook helemaal meegegaan met het betoog van het Uwv, terwijl het Uwv heeft gelogen. De rechter heeft namelijk gezegd dat als verzoekster niet zou instemmen met het schikkingsvoorstel de kans groot was dat verzoekster het hele bedrag zou moeten betalen, dat door het Uwv wordt teruggevorderd. De rechter is daarom vooringenomen. 2.
  9. De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken. 3De beoordeling 3.
  10. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. 3.
  11. De wrakingskamer overweegt dat niet is gebleken dat de rechter niet goed naar verzoekster heeft geluisterd. Het proces-verbaal van de zitting biedt daarvoor geen aanknopingspunt. Verder blijkt uit het proces-verbaal dat de rechter nog geen beslissing heeft genomen. Wel heeft zij geschetst welke beslissing partijen waarschijnlijk kunnen verwachten, indien partijen geen overeenstemming bereiken over het schikkingsvoorstel en de rechter daarom een uitspraak moet doen over de rechtmatigheid van het besluit van het Uwv. Dat de rechter dit heeft aangekondigd en dat de verwachte beslissing niet in het voordeel van verzoekster is, levert echter geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid van de rechter op. Het verzoek tot wraking is daarom niet toewijsbaar. 4De beslissing De wrakingskamer 4.
  12. wijst het verzoek tot wraking af; 4.
  13. bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek; 4.
  14. beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan: • verzoekster en haar gemachtigde; • de wederpartij in de hoofdzaak; • de rechter. Deze beslissing is gegeven door mrs. M.J. Alt-van Endt, D. Biever en S.E. Postema, in tegenwoordigheid van de griffier mr. T.A.E. Scheers en in het openbaar uitgesproken op 14 november
  15. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.