← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:14617

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.14095 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. T. Bruinsma), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.M.E. Disselkamp). Procesverloop Bij besluit van 21 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.14096, op 9 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen

  1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen.1 De reden daarvoor is dat volgens verweerder op grond van de Dublinverordening2 Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. In dit geval heeft verweerder een verzoek naar Italië verstuurd om eiser terug te nemen. Italië heeft de reactietermijn laten verstrijken, waardoor er een fictief akkoord is ontstaan. Dit fictieve akkoord staat gelijk aan een expliciet gegeven claimakkoord.
  2. Eiser stelt dat de beslissing om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen onvoldoende zorgvuldig is gemotiveerd. Er wordt overwogen dat verweerder nimmer een oordeel heeft gegeven over de ernst van de psychische problematiek van eiser. Bij de zienswijze zijn inderdaad geen medische stukken overgelegd. Deze kan eiser nu ook nog niet overleggen, omdat er meer tijd nodig is om deze stukken te verzamelen. Door het niet
  3. Artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingwet 2000 (Vw). 2 Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni
  4. overleggen van de stukken is niet zonder meer begrijpelijk dat het gevolg daarvan is dat er geen aanwijzingen zijn waaruit zou blijken dat Nederland het meest aangewezen land zou zijn om eiser te behandelen. Eiser is, als gevolg van zijn verwarde en onaangepaste gedrag, geplaatst in de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) Hoogeveen. Daar is besloten dat eiser psychiatrische behandeling nodig heeft. Eiser heeft vrijwillig meegewerkt aan deze opname, maar heeft hier niet nadrukkelijk om gevraagd. Verweerder heeft op zijn minst een duidelijke indicatie over de ernst van de psychiatrische problematiek van eiser, omdat hij op initiatief van verweerder is opgenomen in een psychiatrische inrichting. Dat eiser is opgenomen in een psychiatrische inrichting is ook een indicatie dat eiser niet zonder meer kan worden overgedragen aan Italië. Op zijn minst moet worden gewaarborgd dat eiser ook in Italië aansluitend op zijn overdracht in een psychiatrische inrichting wordt opgenomen. Aan eiser is verder door verweerder tegengeworpen dat hij geen documenten heeft overgelegd en ook niet door eerdere ervaringen in Italië aannemelijk heeft gemaakt dat hij, zonder het verkrijgen van aanvullende garanties, in Italië niet de benodigde zorg- en opvangvoorzieningen zou kunnen krijgen. De door verweerder daarbij aangehaalde uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn in die zin misplaatst dat het daar niet ging om een vreemdeling die in Nederland is opgenomen in een psychiatrische kliniek.
  5. De rechtbank oordeelt als volgt. Eiser is vanuit de HTL-locatie geplaatst in een gesloten opvang van het [geestelijke gezondheidszorg] . Deze opname is op aanraden van het Coa gebeurd, maar eiser heeft zich vrijwillig aangemeld voor deze gesloten opname. Eiser heeft zich dan ook vrijwillig laten opnemen. Op dit moment heeft eiser geen medische informatie overgelegd. Verweerder hoeft daarom geen zelfstandig onderzoek te doen naar de medische situatie van eiser. In het geval van eiser heeft verweerder daarom ook geen individuele aanvullende garanties aan de Italiaanse autoriteiten hoeven vragen voor adequate opvang- en/of medische voorzieningen bij overdracht aan Italië. Verweerder mag er op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit gaan dat eiser in Italië voor zijn klachten medisch kan worden behandeld. Niet is gebleken dat Nederland het meest aangewezen land is voor zijn behandeling. Daarvoor ligt er immers te weinig informatie. De beroepsgrond slaagt niet.
  6. De rechtbank merkt nog op dat verweerder zich bij de voorbereiding van de overdracht van eiser aan Italië zal moeten vergewissen van de gezondheidstoestand van eiser en de betekenis daarvan voor de overdracht.
  7. Het beroep is ongegrond.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 15 augustus 2022 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.