← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:15027

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.17446 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S. Jalouqa). Procesverloop Bij besluit van 2 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.17447, op 20 september 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

  1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Italië een verzoek om overname gedaan. Italië heeft hierop niet tijdig gereageerd, waarmee de verantwoordelijkheid van Italië vaststaat.
  2. Eiser betoogt dat verweerder zich ten onrechte en niet deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat ten aanzien van Italië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.
  3. De rechtbank overweegt dat verweerder in zijn algemeenheid ten opzichte van Italië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) recentelijk nog bevestigd in de uitspraken van 19 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:881), 24 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1788) en 26 augustus 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2497). Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet langer kan.
  4. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser daar niet in geslaagd. De rapporten waar eiser naar heeft verwezen zijn reeds in diverse uitspraken door de Afdeling betrokken en hebben niet geleid tot het oordeel dat ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. In de uitspraak van 26 augustus 2022 heeft de ABRvS overwogen dat dit rapport geen wezenlijk ander beeld wordt geschetst van de situatie voor Dublinclaimanten.
  5. Ook het rapport van SFH-OSAR van juni 2021 waar eiser naar verwijst bevat geen wezenlijk andere informatie over de situatie in Italië ten opzichte van het SFH-OSAR rapport van januari 2020, dat is betrokken bij het oordeel van de ABRvS van 9 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:881). In alinea 2.1.
  6. staat namelijk: "There is no new regulation to harmonize Italian legislation on the withdrawal of reception measures with EU law. Nothing has changed with regard to the loss of the right to accommodation. The statements made in the report from 2020 still apply." De beroepsgrond slaagt niet.
  7. Het beroep is ongegrond.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2022 door mr. M.P. Glerum, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 28 september 2022 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.