← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:15087

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.21530 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: S. Faddach). Procesverloop Bij besluit van 19 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer Cherradi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Bewaringsgronden

  1. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser: 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan; 3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken; 3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven; 3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit; 3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat; 3f. zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten; 3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; en als lichte gronden vermeld dat eiser: 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden; 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
  2. Eiser betwist de zware gronden onder 3a en 3d. De rechtbank is van oordeel dat de overige, niet betwiste zware gronden en de lichte gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd feitelijke juist en voldoende gemotiveerd zijn. Deze zware en lichte gronden zijn al voldoende om aan te nemen dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring daarom al dragen. Om die reden behoeft hetgeen eiser heeft aangevoerd ten aanzien van de zware gronden onder 3a en 3d geen verdere bespreking. De beroepsgrond slaagt niet. Lichter middel
  3. Eiser voert verder aan dat hij ziektes heeft zoals hepatitis B, hepatitis C en kanker. Eiser wil graag vrijgelaten worden, zodat hij bij medische afspraken kan zijn en hij de benodigde onderzoeken en zorg kan krijgen. Er is, sinds hij in het detentiecentrum is, slechts één keer een arts bij hem geweest en er is één keer bloed bij hem afgenomen. Volgens eiser is er geen sprake geweest van enig medisch toezicht.
  4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in de maatregel van bewaring en ter zitting voldoende heeft gemotiveerd dat de medische zorg die in het detentiecentrum aanwezig is gelijkwaardig is aan de zorg in de vrije maatschappij. In de maatregel van bewaring is ook gemotiveerd dat er op dit moment geen medische bijzonderheden zijn waarvoor eiser in het detentiecentrum geen zorg kan krijgen. Als de zorg niet voldoende kan worden gegeven, dan kan eiser volgens verweerder onder meer worden overgeplaatst naar een regulier ziekenhuis. Eiser heeft niet gemotiveerd aangevoerd dat één en ander onjuist of anders zou zijn. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie
  5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 01 november 2022 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.