RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.5735 uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 december 2022 in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. P. Scholtes), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. (gemachtigde: mr. S. Franca) Procesverloop Bij het besluit van 31 maart 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen. Bij ditzelfde besluit heeft verweerder gewezen op een eerder terugkeerbesluit van 9 januari 2014 en aangegeven dat de vertrekplicht nog altijd geldt en dat verzoeker kan worden uitgezet. Bij besluit van 3 juni 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker heeft bij de rechtbank beroep (zaaknummer: NL22.10673) ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft hij de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat verzoeker de behandeling van het beroep in Nederland kan afwachten. Ook heeft verzoeker gevraagd om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en terugbetaling van het door verzoeker betaalde griffierecht. Verweerder heeft bij brief van 24 november 2022 meegedeeld dat nader onderzoek nodig is en tevens gevraagd om aanhouding van het beroep. Ook heeft verweerder aangegeven dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. Nadat zij zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, hebben beide partijen verklaard dat zij in deze zaak geen gebruik willen maken van dit recht. Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en is het onderzoek gesloten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.