Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats ‘s-Gravenhage rp/a Zaaknummer 9704078 \ RL EXPL 22-3320 Extern kenmerk: 2225327 Datum: 13 december 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Arvato Finance B.V. handelend onder de naam Afterpay, gevestigd te Heerenveen, eisende partij, gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij. 1Verloop van de procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 19 juli 2022 waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, is verstek verleend tegen gedaagde partij en is eisende partij in de gelegenheid gesteld een nadere toelichting te geven ten aanzien van de kredietwaardigheidstoets en de (pre)contractuele informatieverplichtingen. 1.2. Eisende partij heeft op de rol van 9 augustus 2022 een akte met producties genomen. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. 2Verdere beoordeling 2.1. In het voornoemde tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat de tussen partijen gesloten kredietovereenkomst gekwalificeerd dient te worden als een kredietovereenkomst waarop titel 7:2A van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is. Voorts heeft de kantonrechter overwogen dat eisende partij niet aan de geldende verplichtingen in die titel heeft voldaan, zodat de kantonrechter voorlopig van oordeel is dat de kredietovereenkomst dient te worden vernietigd. Eisende partij is in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. 2.2. Eiseres voert bij voornoemde akte aan dat gedaagde voldoende is geïnformeerd om een weloverwogen keuze te maken met betrekking tot de aan te kopen producten en de betaalwijze. Gedaagde heeft de bestelling behouden en dient daar dan ook voor te betalen. De mogelijkheid om achteraf te betalen, zoals door de rechtsvoorgangster is aangeboden, ligt in lijn met de wettelijke bepalingen omtrent koop en met de bescherming van de consument, zoals de ACM deze voor ogen heeft. Er zijn bovendien al diverse rechtbanken die in zaken als de onderhavige hebben beslist dat geen sprake is van een krediet. Uit de stukken volgt, aldus eiseres, dat de rechtsvoorgangster enkel de hoofdsom in rekening heeft gebracht en geen kosten. Eventueel door de webshop (verkoper) in rekening gebrachte betaalkosten zijn in absolute en relatieve zin onbetekenend. De werkwijze van de rechtsvoorgangster is tot slot vergelijkbaar met die van factoringmaatschappijen, zodat het maatschappelijk onwenselijk is de rechtsvoorgangster als kredietverstrekker aan te duiden. Te meer, nu partijen nimmer bedoeld hebben een kredietovereenkomst te sluiten. Voor zover tot vernietiging wordt overgegaan vraagt eiseres aan de kantonrechter een evenredige sanctie toe te passen. 2.3. De kantonrechter overweegt dat de stellingen van eisende partij niet tot een ander oordeel leiden ten aanzien van de vernietigbaarheid van de kredietovereenkomst. De stelling van eisende partij dat op grond van de algemene voorwaarden bij te late betaling alleen wettelijke incassokosten in rekening worden gebracht, blijkt niet uit de bedongen voorwaarden. De in artikel 6.3 van die voorwaarden bedongen kosten, waar eisende partij in haar akte naar verwijst, betreffen de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten met een minimum van € 40,00. Zoals reeds bij tussenvonnis is overwogen heeft eisende partij echter in artikel 6.2 van haar algemene voorwaarden ook administratiekosten bedongen bij te late betaling. Deze kosten zijn niet gespecificeerd en er is ook geen maximumbedrag bedongen. Deze kosten afzonderlijk en ook samen met de verder door eisende partij in rekening gebrachte kosten om van de diensten van eisende partij gebruik te mogen maken, kwalificeert de kantonrechter als kosten van het krediet. 2.4. Bij vernietiging van de overeenkomst moet ingevolge artikel 3:53 jo. 6:203 BW gedaagde partij in beginsel het geleende geld aan eisende partij terugbetalen (zonder rente en kosten) en moet eisende partij de al betaalde krediet- en vertragingsvergoeding (rente) terugbetalen aan gedaagde partij. Gedaagde partij heeft een bedrag van € 94,44 van eisende partij geleend. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen. Informatieplichten artikel 6:230m e.v. BW 2.5. Eisende partij is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over voorgenomen sanctie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.