RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL21.15867 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. B. Aydin), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.E. van Midden). Procesverloop In het besluit van 28 oktober 2020 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor “het verrichten van arbeid als zelfstandige” afgewezen. In het besluit van 8 september 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de voorlopige voorziening, op 17 oktober 2022 op zitting behandeld. Het beroep en de voorlopige voorziening van [naam] met zaaknummers NL21.15866 en NL21.11375 zijn daarbij gevoegd behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Achtergrond: 1.1 Eiser, geboren op [datum] 1977 en van Turkse nationaliteit, heeft op 9 september 2020 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 28 oktober 2020 afgewezen. Eiser heeft op 25 november 2020 een bezwaarschrift ingediend en verzocht om een voorlopige voorziening. Bij besluit van 8 september 2021 is het bezwaarschrift ongegrond verklaard. Op 6 oktober 2021 heeft eiser een beroepschrift ingediend. Op 5 november 2021 zijn de gronden ingediend. 1.2 Eiser heeft op 16 november 2020 nog een aanvraag ingediend voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag is bij besluit van 5 februari 2021 buiten behandeling gesteld vanwege het niet voldoen van de leges. Besluitvorming: 2.1 Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen omdat eiser niet beschikt over een geldige mvv en niet vrijgesteld wordt van dit vereiste. Verweerder heeft zich, samengevat, op het standpunt gesteld dat eiser niet heeft voldaan aan het documentatievereiste zoals bepaald in paragraaf B6/4.5 van de Vc en bijlage 8aa van het VV. Bij de aanvraag is geen uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel overgelegd, noch een ondernemingsplan. Eisers aanvraag wordt daarom niet voorgelegd aan de RvO voor advies over de vraag of met eisers bedrijfsactiviteiten een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend. 2.2 In de bezwaarfase heeft eiser de volgende stukken overgelegd: een uittreksel van de Kamer van Koophandel, een afschrift zakelijke bankrekening over de jaren 2018, 2019 en 2020, diverse facturen 2019, 2020 en enkele van januari 2021, een ondernemingsplan, een VOF overeenkomst van 1 januari 2021, een verklaring van vakbekwaamheid en een overzicht van de Sociale Verzekeringen aangaande dienstverbanden. 2.3 In het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Volgens verweerder is het in bezwaar alsnog overgelegde ondernemingsplan van eiser te summier, onvolledig en in algemene bewoordingen opgesteld. Eisers aanvraag is niet voorgelegd aan de RvO, omdat die door het gebrek aan stukken niet kan beoordelen of eiser met zijn bedrijfsactiviteiten een wezenlijk Nederlands belang dient. Het bezwaarschrift is volgens verweerder kennelijk ongegrond. Inhoudelijke toets door verweerder? 3.1 Eiser voert aan dat verweerder buiten zijn bevoegdheid is getreden door het ondernemingsplan zelf inhoudelijk te toetsen, terwijl deze bevoegdheid is voorbehouden aan RvO. 3.2 De rechtbank volgt eiser niet in deze stelling. Verweerder heeft beoordeeld of de aanvraag van eiser voldoet aan het documentatievereiste. Deze beoordeling gaat over de vraag of de aanvraag voldoende is onderbouwd en houdt geen inhoudelijke toetsing in aan het criterium ‘wezenlijk Nederlands belang’. Voor de beoordeling of de aanvraag met de gevraagde stukken is onderbouwd, is geen specifieke deskundigheid vereist. De beroepsgrond slaagt niet. Heeft eiser voldaan aan het documentatievereiste? 4.1 Eiser voert aan dat verweerder de aanvraag ten onrechte niet heeft voorgelegd aan de RvO omdat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden en de aanvraag niet nog concreter kan worden onderbouwd doordat eiser formeel niet mag werken. Het ondernemingsplan is voldoende concreet, inzichtelijk en er is een analyse uitgevoerd waarbij marktonderzoek is gedaan. Omdat eiser werkzaam is als stukadoor in de bouwbranche is een marktanalyse voor Nederland voldoende. De concurrentie- en marktanalyse voldoen. Omdat eiser formeel geen arbeid mag verrichten, is het logisch dat niet alle opdrachtgevers intentieverklaringen afgeven en dat eiser bij particulieren op grond van mondelinge overeenkomsten opdrachten heeft verricht. Overeenkomsten voor opdracht kunnen niet worden verlangd en de overgelegde verkoopfacturen zijn voldoende. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren voldoende omzet en winst geboekt, waarmee de levensvatbaarheid is bewezen. Voorts heeft eiser voldoende inzicht gegeven in zijn kennis en vaardigheden. De werkervaring is af te leiden uit het door de Turkse autoriteiten afgegeven SGK overzicht en is verwerkt in het plan en er is een verklaring van vakbekwaamheid overgelegd. Dat is een objectief verifieerbaar document. Eiser verwijst in dit verband naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam van 22 juli 2020 en beoordelingen op Werkspot. Bovendien is eiser door verweerder niet verzocht originele stukken in te dienen met betrekking tot zijn competenties. 4.2 De rechtbank stelt voorop dat eiser niet alle volgens het beleid vereiste documenten aan zijn aanvraag vanaf het moment van toetreding ten grondslag heeft gelegd. Voor zover eiser betoogt dat dit niet aan hem kan worden tegengeworpen, volgt de rechtbank dat niet. Uit de wetgeving volgt dat eiser pas in Nederland mag werken wanneer hij voldoet aan de voorwaarden die voor de door hem gevraagde verblijfsvergunning zijn gesteld. Zoals de Afdeling heeft geoordeeld mag verweerder daarom van eiser verwachten dat hij zijn aanvraag onderbouwt volgens de vereisten die in bijlage 8aa van het VV zijn gesteld. Dat eiser de toetsing van de voorwaarden voor de gevraagde verblijfsvergunning niet heeft afgewacht en ondanks het ontbreken van de vereiste verblijfsvergunning al is begonnen met het verrichten van arbeid, maakt niet dat verweerder niet langer mag verwachten dat eiser zijn aanvraag met de in bijlage 8aa van het VV genoemde documenten onderbouwt. Eiser heeft in de aanvraagfase nagelaten een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en een ondernemingsplan over te leggen. De in de bezwaarfase overgelegde stukken, waaronder een ondernemingsplan, zijn te summier en onvolledig. Zo is de gestelde werkervaring niet onderbouwd, referenties en of arbeidsovereenkomsten ontbreken. Hierdoor is het voor de Minister van EZK niet mogelijk om vast te stellen welke bijdrage eiser aan de vennootschap levert. Het overzicht Sociale Verzekeringen aangaande eisers voormalige dienstverbanden en het document vakbekwaamheid konden niet door Bureau Documenten van de IND worden onderzocht omdat het fotokopieën betreft. Het ondernemingsplan is niet toegespitst op eisers onderneming, waardoor zijn concrete plannen niet inzichtelijk zijn. Ten aanzien van de markt- en concurrentieanalyse in het ondernemingsplan zijn eisers diensten, onderscheidend vermogen en doelgroep op onvoldoende wijze onderbouwd met objectief verifieerbare bewijsstukken. Tevens zijn de financiële gegevens in het ondernemingsplan ook in de bezwaarfase onvoldoende met objectieve stukken onderbouwd. De overgelegde facturen en bankafschriften dateren veelal van voor de toetreding van eiser per 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.