← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:15240

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3466 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiseres] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. G.J. Dijkman), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs). Procesverloop Bij besluit van 2 september 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoekster als gemeenschapsonderdaan is geëindigd. Bij besluit van 2 februari 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder procedurenummer NL22.

  1. Tevens heeft verzoekster een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Bij brief van 4 november 2022, aangevuld op 9 november 2022, heeft verweerder het bestreden besluit van 2 februari 2022 ingetrokken. Verweerder heeft hierbij aangeboden de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster te vergoeden. Bij brief van 14 november 2022 heeft verzoekster laten weten dat zij het beroep handhaaft met het oog op de proceskosten en het verkrijgen van een termijn voor het beslissen op het opengevallen bezwaar. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen
  2. Bij uitspraak van vandaag van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats is uitspraak gedaan op het beroep van verzoekster. Omdat verweerder het bestreden besluit heeft ingetrokken, zal opnieuw op het bezwaar van verzoekster worden beslist. Gebleken is dat verzoekster haar bezwaar in Nederland mag afwachten.
  3. Gelet hierop is er geen grond meer voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening, zodat het verzoek wordt afgewezen.
  4. De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten conform hetgeen door verweerder is aangeboden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Ook moet verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184,- vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster te vergoeden; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 759,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 25 november 2022 Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.