← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:15251

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11478 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E. Derksen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. D. Vos). Procesverloop Bij besluit van 16 juni 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster van 7 januari 2022 tot het verlenen van uitstel voor vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet (Vw) afgewezen. Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november

  1. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Overwegingen
  2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
  3. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe, gelet op de omstandigheden die zijn aangevoerd.
  4. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
  5. In de brief van 17 november 2022 heeft verweerder medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening, totdat er een beslissing is genomen op het bezwaarschrift.
  6. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit van 16 juni 2022 op grond van artikel 6:16 van de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vw niet geschorst wordt, ook niet als tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder op grond van de Awb noch de Vw zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit- met de aanzegging aan verzoekster Nederland te verlaten- op te schorten.
  7. Nu tussen partijen niet langer in geschil is dat van uitzetting van verzoekster behoort te worden afgezien, bestaat aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden tot zes weken nadat op het bezwaar is beslist.
  8. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 759,
  9. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 29 november 2022 Documentcode: [documentcode] Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.