← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:15286

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.20912 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols). Procesverloop Verweerder heeft op 19 mei 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. Overwegingen

  1. Eiser stelt dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum]
  2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
  3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 28 september 2022 (in de zaak NL22.18476) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
  4. Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is en dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering. Uit de voortgangsrapportage van verweerder blijkt dat de landverantwoordelijke op 26 september 2022 heeft gezegd dat er geen mogelijkheden zijn.
  5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is of dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering uit Nederland. Eiser verwijst naar een mutatie van 26 september 2022 in de voortgangsrapportage. De rechtbank stelt vast dat daarin enkel wordt vermeld dat er weinig mogelijkheden zijn zolang eiser niet meewerkt aan de presentatie. Op 20 oktober 2022 stond een presentatie gepland bij de Nigeriaanse autoriteiten. Eiser heeft wederom geweigerd om daar zijn medewerking aan te verlenen. Zolang eiser weigert om medewerking te verlenen aan een presentatie in persoon kunnen de Nigeriaanse autoriteiten de identiteit en nationaliteit van eiser niet vaststellen en kunnen zij niet overgaan tot afgifte van een reisdocument. Daarnaast voert verweerder regelmatig vertrekgesprekken met eiser, laatstelijk op 21 oktober
  6. Eiser heeft ook geweigerd medewerking te verlenen aan dit gesprek. Eiser heeft tot op heden op geen enkele manier bereidheid getoond om medewerking te verlenen aan terugkeer naar zijn land van herkomst. Dat mag wel van eiser worden verwacht, omdat op eiser de rechtsplicht rust om Nederland te verlaten. Gelet op bovenstaande concludeert de rechtbank dat verweerder voldoende uitzettingshandelingen heeft verricht en voldoende voortvarend heeft gehandeld.
  7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier. De uitspraak is uitgesproken op: 26 oktober 2022 Mr. S.G.M. van Veen Rechter en RzaelcohptebnabnakarMwidorddeenn-gNeemdaearkltadnodor publicatie Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.