RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/7651 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 december 2022 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.S. Sewman), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Op 29 november 2022 heeft verweerder verzoeker bericht dat hij op 12 december 2022 om 13:55 uur via Schiphol zal uitreizen naar Lagos, Nigeria. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter op 9 december 2022 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Overwegingen Verweerder is voornemens verzoeker op 12 december 2022 uit Nederland te verwijderen. Verzoeker heeft hier bezwaar tegen gemaakt. Hij is van mening dat de uitzetting onrechtmatig is, omdat het verkregen laissez-passer van de Nigeriaanse autoriteiten waarmee verweerder hem wil uitzetten niet op hem ziet. Er staat een andere naam op. Verder is sprake van een objectieve belemmering, omdat de Nigeriaanse autoriteiten een negatieve PCR-test vereisen. Omdat verzoeker al te kennen heeft gegeven niet mee te willen werken aan een PCR-test, is op voorhand duidelijk dat hij niet op het vliegtuig kan worden gezet. De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in zijn betoog dat hij niet kan worden uitgezet, omdat het verstrekte laissez-passer niet op de juiste naam staat. Tussen partijen is niet in geschil dat verzoeker geen verblijfsrechtelijke procedures meer heeft lopen en dat hij illegaal in Nederland verblijft. Verweerder is dus bevoegd om hem uit te zetten. De Nigeriaanse autoriteiten hebben ten behoeve van verzoeker een laissez-passer afgegeven, waarop staat dat er niet getwijfeld wordt aan zijn Nigeriaanse nationaliteit. Dat de naam op dit laissez-passer niet overeenkomt met de door verzoeker in Nederland opgegeven naam/namen doet daar niet aan af en maakt de uitzetting van verzoeker niet onrechtmatig. Ook de omstandigheid dat de Nigeriaanse autoriteiten een negatieve PCR-test vereisen doet niets af aan de bevoegdheid van verweerder om verzoeker uit te zetten en maakt de uitzetting niet onrechtmatig. Als de uitzetting mislukt, omdat verzoeker blijft weigeren om een PCR-test te ondergaan, komt dat voor zijn rekening en risico. Dit betekent dat het bezwaar tegen de feitelijke uitzetting geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt om die reden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier, op 10 december 2022. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.