← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:15455

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25802 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: S.H.M. Maas). Procesverloop Bij besluit van 9 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft op 16 december 2022 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 27 december 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Als tolk is verschenen mevrouw Fictoor-Ahmed. De gemachtigde van eiser is zonder bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen

  1. Verweerder heeft de rechtbank op 7 december 2022 van de maatregel van bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL22.
  2. De rechtbank heeft dit beroep met zaaknummer NL22.24982 ter zitting van 19 december 2022 behandeld. Bij uitspraak van 21 december 2022 heeft de rechtbank dit beroep ongegrond verklaard.
  3. De rechtbank stelt vast dat náást de kennisgeving van 7 december 2022 namens eiser op 16 december 2022 een apart beroepschrift is ingediend tegen de maatregel van bewaring van 9 november
  4. Dat betekent dat eiser gelijktijdig twee beroepsprocedures had lopen tegen hetzelfde besluit. Dit is een situatie die voor rekening en risico van eiser dient te blijven. De Algemene wet bestuursrecht biedt voor deze situatie geen ruimte. Eiser heeft bij de uitspraak van 21 december 2022 in de zaak met nummer NL22.24982 al een inhoudelijk rechterlijk oordeel gekregen op het bestreden besluit. Hij heeft geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het onderhavige beroep in de zaak met nummer NL22.
  5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 27 december 2022 Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.