← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:15572

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 22/2276 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2022 in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: G.R. Ogando Pérez), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder) (gemachtigde: mr. S. Aboulouafa). Inleiding Bij besluit van 23 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling

  1. Eiseres heeft de Colombiaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum]
  2. Eiseres is op 22 juli 2018 het Schengengebied ingereisd. Op 13 maart 2022 heeft eiseres zich gemeld ter uitreis. Eiseres heeft volgens verweerder de haar toegestane verblijfstermijn van negentig dagen overschreden. Daarom heeft verweerder op 23 maart 2022 eiseres op grond van artikel 66a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een inreisverbod opgelegd. Eerder, op 13 maart 2022, heeft verweerder eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Alleen het beroep tegen het inreisverbod ligt ter beoordeling voor.
  3. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit in strijd is met het nuttig effect van de Gezinsherenigingsrichtlijn. De echtgenoot van eiseres – dhr. [echtgenoot] – heeft legaal verblijf in Italië. Door het opleggen van het inreisverbod wordt het eiseres onmogelijk gemaakt om gebruik te maken van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Verder voert eiseres aan dat het inreisverbod in strijd is met het Europees non-discriminatiebeginsel, omdat verweerder in een Nederlandse gezinsherenigingsprocedure ambtshalve het opgelegde inreisverbod opheft. Nu de gezinsherenigingsprocedure van eiseres in Italië afspeelt, heeft zij dat voordeel niet. Eiseres verzoekt haar beroep gegrond te verklaren, subsidiair om het inreisverbod te matigen tot één jaar.
  4. De beroepsgronden slagen niet. Als Italië aan eiseres een verblijfsvergunning verleent, dan verzoeken de Italiaanse autoriteiten ambtshalve de Nederlandse autoriteiten om het inreisverbod op te heffen. Dit staat in paragraaf A4/2.5.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Tijdens de zitting heeft verweerder bevestigd dat de Nederlandse autoriteiten dit verzoek zullen toewijzen, behoudens als er sprake is van de uitzonderingscriteria, zoals openbare orde aspecten. Eiseres hoeft dus niet om opheffing van het inreisverbod te vragen als zij een verblijfsvergunning in Italië krijgt. Er is dan ook geen sprake van een ongelijke behandeling. Daarnaast kan eiseres op grond van paragraaf A4/2.5.2 van de Vc na één jaar een verzoek indienen om het inreisverbod op te heffen. Gezien het voorgaande is er geen sprake van strijdigheid met het nuttig effect van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
  5. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen reden om het inreisverbod te matigen tot één jaar. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november
  6. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging Zie artikel 6.5a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.