Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummer: 09/203204-21 Datum uitspraak: 13 december 2022 Tegenspraak De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1976 te [geboorteplaats 1] ( [land] ), op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] , locatie [locatie] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 29 november
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Kooijmans en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. W.C. Alberts naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:
- hij op of omstreeks [datum] 2021 te Bodegraven, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, - ( meermalen) met een stuk glas in en/of tegen het hoofd en/of de nek en/of hand/pols van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of gesneden en/of geslagen en/of richting het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gestoken/geslagen en/of - ( meermalen) met een pan althans een hard voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks [datum] 2021 te Bodegraven, althans in Nederland, aan zijn, verdachtes, echtgenote [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere steek- en/of snijwonden in haar hoofd en/of nek en/of hand/pols heeft toegebracht door - ( meermalen) met een stuk glas in en/of tegen het hoofd en/of de nek en/of hand/pols van die [slachtoffer 1] te steken en/of en/of snijden en/of slaan en/of richting het hoofd van die [slachtoffer 1] te steken en/of slaan en/of - ( meermalen) met een pan althans een hard voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks [datum] 2021 te Bodegraven, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om zijn, verdachtes, echtgenote [slachtoffer 1] opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, - ( meermalen) met een stuk glas in en/of tegen het hoofd en/of de nek en/of hand/pols van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of gesneden en/of geslagen en/of richting het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gestoken/geslagen en/of - ( meermalen) met een pan althans een hard voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
- hij op of omstreeks [datum] 2021 te Bodegraven, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn, verdachtes, kind/zoon [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer 2] (meermalen) met een pan althans een hard voorwerp tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks [datum] 2021 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk zijn kind, [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] (meermalen) met een pan tegen het hoofd te slaan. 3De bewijsbeslissing 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 1 impliciet primair ten laste gelegde poging tot moord en tot bewezenverklaring van de onder 1 impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot doodslag en de onder 2 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot moord dan wel doodslag, en de onder 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Ten aanzien van de onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde mishandeling, heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw stelt zich verder op het standpunt dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 2 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling en de onder 2 subsidiair ten laste gelegde mishandeling. 3.3 Gebruikte bewijsmiddelen De rechtbank heeft hierna de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2021220373, van de politie eenheid Den Haag, district Alphen aan den Rijn – Gouda, districtsrecherche Alphen aan den Rijn – Gouda, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 586). Ten aanzien van feit 1
- De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 29 november 2022, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven: Ik heb [slachtoffer 1] twee keer met mijn vlakke hand geslagen. Ik heb [slachtoffer 1] buiten de woning één keer met de pan geslagen. Ik sloeg van boven naar beneden. Ik denk dat ik op haar hoofd sloeg.
- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 1] , op 31 maart 2022 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven: U zegt mij dat ik word gehoord in de strafzaak tegen mijn man, [verdachte] . U zegt mij dat wij het vandaag gaan hebben over wat er is gebeurd op [datum] 2021 bij mij thuis. U vraagt mij of ik nog woon in het huis in Bodegraven. Ja. Ik zag hem. In zijn hand had hij een stuk glas. Hij heeft mij met het stuk glas geslagen. De eerste klap was op mijn hoofd. De tweede heb ik geprobeerd te weren met mijn handen. Ik heb twee klappen met glas gekregen en één met een onbekend voorwerp.
- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , op 31 maart 2022 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven: U zegt mij dat ik word gehoord in de strafzaak tegen mijn vader, [verdachte] . Ik kwam in de woning en ik zag mijn vader mijn moeder met glas slaan. Hij had zijn ene hand op haar schouder en het leek of hij met de andere hand een spijker in de muur aan het slaan was. Hij deed de hele tijd heel snel zo …. heel vaak. U vraagt hoe dat glas eruit zag. Ik heb een glimp van glas gezien. U vraagt waar hij dat vast had, in welke hand. In zijn rechterhand. U vraagt hoe groot het stuk was dat ik zag. Ongeveer iets groter dan mijn mobiele telefoon. U vraagt of ik dat uit zijn hand zag steken. Ja.
- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] , op 31 maart 2022 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven: Ik zag mijn vader en mijn moeder in de tuin en ik zag mijn vader mijn moeder slaan met de pan. U vraagt mij waar hij mijn moeder raakte. Op haar hoofd.
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport met bijlagen, opgemaakt op 23 december 2021, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven (p. 502-513): Er vindt onderzoek plaats naar de aard, oorzaak en mogelijke gevolgen van letsels die op [datum] 2021 zijn vastgesteld bij mevrouw [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum 2]
- Hiertoe waren medische gegevens en foto's beschikbaar. Resultaten Specifiek - forse hoofdwonden: 5 huidscheurwonden aan de behaarde hoofd, variërend in afmetingen tussen 1,5-6 cm; - een haakvormige scheurwond van 1 cm aan de rechter middelvinger ter hoogte van het middelste vingergewricht; - bloeduitstorting aan de basis van de rechter handrug; - scheurwond van 4 cm aan de linker handrug; - schaafwond aan de linker ringvinger, ter hoogte van het topgewricht.
- De eigen waarneming van de rechtbank ter zake van de rechter foto op pagina 37 van het proces-verbaal van bevindingen betreffende de foto’s van het letsel van [slachtoffer 1] : Op de foto waaronder staat vermeld “Letsel linker hand net boven pols (gehecht)” is een linkerhand zichtbaar. Tussen de linker rugzijde van de hand en de pols is een gehechte snee zichtbaar.
- Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op [datum] 2021, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven (p. 89-90): Op [datum] 2021 troffen wij de verdachte. Ik zag dat er in de vingers van de verdachte diverse snijwonden zaten. Ten aanzien van feit 2
- Het proces verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , opgemaakt op 30 juli 2021, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven (p. 18-23): Plaats delict: Bodegraven, binnen de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. Pleegdatum: [datum]
- Ik doe aangifte tegen mijn vader, [verdachte] . Op het moment dat ik hem sloeg, heeft hij mij ook geslagen.
- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] , op 31 maart 2022 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven: Ik heb een pan gepakt en ik heb mijn vader 1 keer geslagen om mijn moeder te helpen. Toen heeft hij mij teruggeslagen.
- Een geschrift, te weten een NFI-rapport met bijlagen, opgemaakt op 20 januari 2022, voor zover inhoudende en zakelijk weergegeven (p. 516-526): Er vindt onderzoek plaats naar de aard, oorzaak en mogelijke gevolgen van letsels die op [datum] 2021 zijn vastgesteld bij [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 3]
- Hiertoe waren medische gegevens en foto's beschikbaar. Resultaten Specifiek: -oppervlakkige hoofdwond van circa 3 cm lengte en 0,5 cm diepte, links bij de haargrens. 3.4 Bewijsoverwegingen Ten aanzien van feit 1 Alternatief scenario Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat het hem niet zou verbazen als het slachtoffer haar letsel zelf heeft veroorzaakt, zodat zij hem vervolgens kon beschuldigen. De rechtbank verwerpt dit verweer op basis van de weergegeven bewijsmiddelen. Daarnaast acht de rechtbank het geschetste scenario ongeloofwaardig. De verdachte heeft immers zelf verklaard dat het slachtoffer, nadat hij haar in de woning twee klappen zou hebben gegeven, naar buiten is gegaan. De verdachte heeft het slachtoffer vervolgens naar eigen zeggen buiten geslagen met een pan. Uit het dossier blijkt dat het slachtoffer buiten gewond is aangetroffen. Het laat zich slecht denken dat het slachtoffer zich zelf tussen de geweldshandelingen in de woning en buiten, of nog na de geweldshandelingen buiten, dusdanig met een scherp voorwerp heeft toegetakeld dat daardoor de geconstateerde verwondingen zouden zijn ontstaan. Voorbedachten rade Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte heeft gehandeld met voorbedachten rade. De rechtbank zal de verdachte derhalve vrijspreken van de onder 1 impliciet primair ten laste gelegde poging tot moord. Poging tot doodslag Daarmee ligt de vraag voor of sprake is van een poging tot doodslag, zoals impliciet subsidiair ten laste is gelegd. De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van een poging tot doodslag is vereist dat de verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg, in dit geval de dood van het slachtoffer, is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden en deze kans bewust heeft aanvaard. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Op basis van de weergegeven bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte in ieder geval tweemaal met een stuk glas met kracht richting het hoofd van het slachtoffer heeft geslagen. Het stuk glas heeft het slachtoffer op haar hoofd en hand/pols geraakt. Naar algemene ervaringsregels had dit tot de dood van het slachtoffer kunnen leiden. In en rondom het hoofd bevinden zich immers vitale organen en bloedvaten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de kans dat het slachtoffer zou komen te overlijden als gevolg van het meermalen slaan met het stuk glas door de verdachte aanmerkelijk is. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen, de kans dat het slachtoffer dodelijk zou worden getroffen, bewust heeft aanvaard. De rechtbank acht de impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot doodslag derhalve wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van feit 2 Poging tot zware mishandeling De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van een poging tot zware mishandeling is vereist dat de verdachte opzet moet hebben gehad op zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer, al dan niet in voorwaardelijke zin. Op basis van de weergegeven bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte het slachtoffer met een pan op zijn hoofd heeft geslagen. De rechtbank heeft op basis van foto’s uit het dossier vastgesteld dat het niet om een massief metalen pan gaat, maar om een pan die door het toegepaste geweld is ingedeukt. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden vastgesteld of de verdachte dermate hard heeft geslagen dat er een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bestond. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder feit 2 primair ten laste gelegde feit. Mishandeling Doordat de verdachte het slachtoffer met een pan op zijn hoofd heeft geslagen en daardoor een verwonding is ontstaan, is de rechtbank van oordeel dat de subsidiair ten laste gelegde mishandeling wel wettig en overtuigend is bewezen. 3.5 De bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat:
- hij op [datum] 2021 te Bodegraven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, - meermalen met een stuk glas tegen het hoofd en de hand/pols van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en - met een pan tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
- hij op [datum] 2021 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk zijn kind, [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] met een pan tegen het hoofd te slaan. Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat aan de verdachte op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een contact- en locatieverbod wordt opgelegd met betrekking tot zijn echtgenote en zijn kinderen voor de duur van 2 jaren, met 2 weken hechtenis per overtreding (maximaal 6 maanden hechtenis). De officier van justitie heeft tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van deze verboden gevorderd. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 7 jaren buitenproportioneel en niet afdoende onderbouwd is. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank om, indien de rechtbank één van de ten laste gelegde feiten bewezen acht en strafoplegging op zijn plaats acht, aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. Indien de rechtbank een langere straf passend en geboden acht, verzoekt de raadsvrouw om de straf aan te vullen met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf zonder bijzondere voorwaarden. De raadsvrouw heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het gevorderde contact- en locatieverbod contraproductief zou werken. De verdachte zoekt volgens de raadsvrouw zelf geen contact en laat het van zijn gezin afhangen of en wanneer er contact zou kunnen komen. Daarnaast zijn er reeds hulpinstanties bij het gezin betrokken. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee ernstige misdrijven. Allereerst heeft hij geprobeerd om zijn hoogzwangere echtgenote om het leven te brengen door (in ieder geval) tweemaal met een stuk glas richting haar hoofd te slaan. De echtgenote heeft hierdoor verwondingen aan haar hoofd en aan haar hand/pols opgelopen. Dat de verwondingen van de echtgenote relatief beperkt zijn gebleven, is niet aan de verdachte te danken. Vervolgens heeft de verdachte zijn zoon, nadat de zoon zijn moeder wilde beschermen, met een pan op zijn hoofd geslagen. Het handelen van de verdachte getuigt van een ernstig gebrek aan respect voor de lichamelijke integriteit en gezondheid van de slachtoffers, nota bene zijn hoogzwangere echtgenote en zijn zoon. De geweldshandelingen hebben plaatsgevonden in de woning van de slachtoffers, waar de verdachte niet welkom was. Tijdens het incident waren er, naast de zoon, ook nog 3 andere kinderen van de verdachte en zijn echtgenote in de woning aanwezig. Zowel de slachtoffers als twee van de kinderen zijn met bebloede kleding aangetroffen. Het moet voor de slachtoffers en de rest van de kinderen bijzonder traumatisch zijn geweest om een dergelijk incident mee te moeten maken in de beslotenheid van hun eigen woning, de plek waar ze zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen. De rechtbank rekent het de verdachte zeer zwaar aan dat hij zijn kinderen hieraan heeft blootgesteld. De rechtbank rekent het de verdachte verder zeer zwaar aan dat zijn echtgenote op dat moment hoogzwanger was. Ook de samenleving als geheel is door het handelen van de verdachte ernstig geschokt. Het incident heeft plaatsgevonden in een woning waar het slachtoffer met haar kinderen verbleef. Er is uitgebreid onderzoek in en om de woning gedaan en veel buurtbewoners zijn geconfronteerd met het feit dat in hun directe woonomgeving een moeder door haar man is geslagen met een stuk glas. Het handelen van de verdachte heeft bij hen, maar ook bij anderen die daarvan op de hoogte zijn geraakt, gevoelens van angst en onveiligheid kunnen veroorzaken. Persoon van de verdachte Omtrent de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 21 december
- Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor geweldsmisdrijven. Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van de Pro Justitia-rapportages van psycholoog [naam 1] d.d. 12 oktober 2021 en psychiater [naam 2] d.d. 1 oktober
- Uit deze rapportages volgt dat de verdachte niet aan de onderzoeken heeft willen meewerken en daarom niet kon worden onderzocht. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de pro Justitia-rapportage van het Pieter Baan Centrum d.d. 3 augustus
- Ook aan dit onderzoek heeft de verdachte niet willen meewerken, waardoor geen relevantie informatie met betrekking tot de persoon van de verdachte kon worden vastgesteld. Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies d.d. 19 september
- De reclassering concludeerde dat de verdachte zich weinig berouwvol en niet meewerkend toont. Straf Hoewel de rechtbank zich realiseert dat iedere zaak uniek is en het in die zin lastig is om te vergelijken met andere zaken, heeft de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de straf acht geslagen op de straffen die in min of meer vergelijkbare zaken worden opgelegd. Uit de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten volgt dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur. Ten aanzien van de bewezen verklaarde poging tot doodslag en mishandeling, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de omstandigheden waaronder de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd, een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren in aanmerking komt. Aangezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding geven om de duur van de gevangenisstraf ten voordele van de verdachte bij te stellen, komt de rechtbank tot de slotsom dat een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren passend en geboden is. Maatregel Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten, zal de rechtbank aan de verdachte een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Deze maatregel betreft een contactverbod met zijn echtgenote en zijn kinderen. De duur van de maatregel is 2 jaren. Bij elke overtreding zal twee weken hechtenis worden toegepast, met een totale duur van ten hoogste zes maanden. De rechtbank beseft evenwel dat contact eventueel gewenst is in het kader van de hulpverlening voor het gezin en/of een eventuele echtscheiding. Daarom zal wel contact mogen plaatsvinden wanneer hiervoor toestemming is gegeven door de officier van justitie. De rechtbank ziet aanleiding om te bevelen dat de op te leggen maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Aangezien de relationele problemen tussen de verdachte en zijn gezinsleden nog niet zijn opgelost, moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte zich belastend jegens zijn echtgenote en kinderen zal gedragen. Derhalve is aan het criterium van artikel 38v, vierde lid van het Wetboek van Strafrecht is voldaan. 7De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 18.900,
- Dit bedrag bestaat voor € 1.400,00 uit materiële schade en voor € 17.500,00 uit immateriële schade. [slachtoffer 2] heeft zich ook als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 17.500,00 aan immateriële schade. 7.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft met betrekking tot beide vorderingen ten aanzien van de immateriële schade geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen. Voor wat betreft het materiële deel van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie de rechtbank erop gewezen dat zij gebruik kan maken van haar schattingsbevoegdheid. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen, wegens het ontbreken van onderbouwingen, moeten worden afgewezen dan wel dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaren. 7.3 Het oordeel van de rechtbank De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] Voor wat betreft de gevorderde materiële schade ten aanzien van de kleding van de benadeelde partij, kan op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 bewezen verklaarde feit. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid (artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek), omdat de omvang van de geleden materiële schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Zij stelt de schade, gelet op de gangbare kostprijs van een set kleren, vast op € 200,
- De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering verklaren, aangezien de gestelde schade voor dat deel niet voldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen, omdat vast is komen te staan dat de schade met ingang van [datum] 2021 is ontstaan. Omdat de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. De verdachte zal voor het onder 1 bewezen verklaarde feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor de schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 200,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf [datum] 2021 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 1] . De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de gestelde schade niet voldoende is onderbouwd. Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. 8De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36f, 38v, 38w, 45, 57, 287, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals die ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden. 9De beslissing De rechtbank: verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 impliciet primair ten laste gelegde feit en het onder 2 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 impliciet subsidiair ten laste gelegde feit en het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: ten aanzien van feit 1: poging tot doodslag; ten aanzien van feit 2: mishandeling, begaan tegen zijn kind; verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren; bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; legt op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van 2 (twee) jaren, behoudens toestemming van de officier van justitie, op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met: [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1981 te [geboorteplaats 1] in [land] ; [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2006 te [geboorteplaats 2] in [land] ; [getuige] , geboren op [geboortedatum 4] 2004 te [geboorteplaats 1] in [land] ; [naam 3] , geboren op [geboortedatum 5] 2011 te [geboorteplaats 1] in [land] ; [naam 4] , geboren op [geboortedatum 6] 2020 te [geboorteplaats 3] ; [naam 5] , geboren op [geboortedatum 7] 2019 te [geboorteplaats 1] in [land] ; [naam 6] , de dochter van verdachte die eerst nog in [land] woonde, verdere gegevens voor de rechtbank onbekend; beveelt dat vervangende hechtende zal worden toegepast voor de duur van 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op; omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde zich belastend zal gedragen jegens bepaalde personen, beveelt de rechtbank, gelet op artikel 38v, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is; wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 200,00 aan materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf [datum] 2021 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [slachtoffer 1] ; bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; veroordeelt de verdachte in de proceskosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden; legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 200,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf [datum] 2021 tot de dag waarop deze vordering is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 1] ; bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 4 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op; bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen; bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de proceskosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. V.J. de Haan voorzitter, mr. J.A. van Steen rechter, mr. R.J. Wortelboer rechter, in tegenwoordigheid van mrs. L.L. Maassen en C.I.J. van den Bogert griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 december
- Mr. R.J. Wortelboer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.