← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:15926

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL22.15845 V-nummer: [V-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [belanghebbende] , belanghebbende, (gemachtigde: mr. R. Achttienribbe), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Belanghebbende heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad. Verweerder heeft de aanvraag van belanghebbende ingewilligd. Overwegingen Voor het wettelijk kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage. Is de beslistermijn overschreden? ☒ Ja ☐ Nee Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld? ☒ Ja ☐ Nee Is het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond? ☒ Nee. Omdat verweerder een besluit heeft genomen op de asielaanvraag, heeft belanghebbende geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom niet-ontvankelijk. ☐ Ja Is van rechtswege een beroep ontstaan tegen het alsnog genomen besluit? ☒ Ja, want belanghebbende maakt aanspraak op de bestuurlijke dwangsom. ☐ Nee Is er een bestuurlijke dwangsom verbeurd? ☐ Ja ☒ Nee ☐ De rechtbank heeft in een eerder beroep al beslist op de bestuurlijke dwangsom. Is het beroep tegen het alsnog genomen besluit gegrond? ☐ Ja ☒ Nee Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen? ☒ Ja ☐ Nee Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten? De volgende proceskosten worden toegekend: ☒ 1 punt voor het indienen van het beroepsschrift 1 punt voor de nadere reactie(s) ☒ 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 0,

  1. Beslissing De rechtbank: ☒ verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet-ontvankelijk. ☒ verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit, ongegrond; ☒ veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 569,
  2. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Greebe, rechter, in aanwezigheid van E.P.W. Kwakman, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Bijlage De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.1 07 december 2022 Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.2 Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.3 Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. OpMgrr.onMd. vGarneaerbtiekel 6:20, derde lid, van de AlgemeEn.eP.wWe.t Kbewsatukumrsarencht (Awb) heeft het Rechter Griffier berRoeepchmtbedaenbkeAtrmeksktiengrdoapmhet alsnog genomen besRlueitc,httebnazinj kdiAt mgeshteeerldaaamn het beroep tegemoet komt. Als een beschikking niet op tijd wordt genomen, is het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd voor elke dag (vanaf de vijftiende dag na ontvangst van de ingebrekestelling) dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. Dit is de bestuurlijke dwangsom. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Deze dwangsom kan slechts eenmaal worden vastgesteld. 4 Documentcode: DSR23567251 Met de tijdelijke wet dwangsom heeft verweerder de bestuurlijke dwangsom afgeschaft. Dit is niet in strijd met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel of doeltreffendheidsbeginsel. Voor de motivering van dit oordeel wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 24 maart 2022.5 Als belanghebbende is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.6 De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeurd.
  3. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2 Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. 3 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. 4 Artikel 4:17 van de Awb. 5 ECLI:NL:RBDHA:2022:
  4. De Afdeling heeft in gelijke zin beslist op 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:
  5. 6 Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.