RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 22/993 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2022 in de zaak tussen [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), verweerder (gemachtigde: mr. J.A.H. Koning). Procesverloop Bij besluit van 19 juli 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om een zogeheten PGB-zorgbonus van € 1.000,- ten behoeve van [bedrijfsnaam] (de zorgverlener) ingediend door [naam] als ambulant begeleider en vertegenwoordiger van eiser, niet in behandeling genomen omdat de aanvraag te laat is ingediend. Bij besluit van 29 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen namens ingediende bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit tijdig beroep ingesteld bij de rechtbank. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. Bij brief van 11 juli 2022 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat op 1 juli 2022 een nieuw besluit is genomen, waarbij aan [naam] is bericht dat de aanvraag voor een zorgbonus van € 1.000,- ten behoeve van de zorgverlener alsnog is ingewilligd. Gelet op dit nieuwe besluit heeft de rechtbank eiser bij brief van 29 augustus 2022 verzocht om mede te delen of hij het beroep handhaaft. Op deze brief heeft eiser niet gereageerd. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.