Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 22/3756 uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juli 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker 1] en [verzoeker 2], te [woonplaats], verzoekers (gemachtigde K. Luehof), en het college van burgemeester en wethouders van Zoeterwoude, verweerder (gemachtigde: I. Janssen). Procesverloop In het besluit van 20 december 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor de kap van 2 gemeentebomen (eik en een es) op de locatie tegenover [adres 1] [nummer 1] en [nummer 2] en achter [adres 2] [nummer 3], [nummer 4], [nummer 5] te [plaats]. In het besluit van 13 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekers ongegrond verklaard. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer SGR 22/3757). Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (zaaknummer SGR 22/3756). Overwegingen 1.1 De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. 1.2 De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
- Bij e-mail van 27 juni 2022 heeft verweerder verklaard dat de bomen aan de [adres 1] in [plaats] voorlopig mogen blijven staan. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat het kappen van de bomen, waartegen het verzoek om voorlopige voorziening is gericht, is opgeschort. Het doel van het verzoek om voorlopige voorziening, namelijk te voorkomen dat snel begonnen zal worden met de kap van de bomen en een onomkeerbare situatie dreigt, is dus bereikt. De voorzieningenrechter gaat er daarbij van uit dat verweerder de uitkomst van de beroepsprocedure afwacht.
- Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het spoedeisend belang bij een uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening thans is komen te vervallen. Het verzoek moet om die reden dan ook worden afgewezen.
- De voorzieningenrechter ziet voorts geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Immers, zo is niet gebleken dat verzoekers zich eerder tot verweerder hebben gewend met een verzoek om het kappen van de bomen uit te stellen tot nader order dan wel op te schorten zolang de bodemprocedure loopt. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van A. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juli
- griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open