← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:16053

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 22/5109 uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 oktober 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker, tegen het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder (gemachtigde: A.M. Bos) Procesverloop Bij brief van 28 juli 2022 heeft verweerder verzoeker meegedeeld dat hij voornemens is verzoeker te gelasten op grond van artikel 5:14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in verbinding met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de inspecteur toegang te verlenen tot de woning op 22 augustus 2022, 10.00 uur, om in de woning een controle uit te voeren. Indien verzoeker op de genoemde datum op genoemd tijdstip geen medewerking verleent aan de controle, zal verweerder op 22 augustus 2022 om 14.00 uur door middel van de toepassing van bestuursdwang, toegang verschaffen tot de woning. De toepassing van deze bestuursdwang vindt plaats op verzoekers kosten. Hiertegen heeft verzoeker bij brief van 12 augustus 2022 bezwaar gemaakt. Hij heeft bij brief van 17 augustus 2022 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1.1 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 1.2 Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. 1.3 De voorzieningenrechter ziet aanleiding van deze bevoegdheid gebruik te maken. 2.1 Voor het treffen van een voorlopige voorziening is het noodzakelijk dat er sprake is van een besluit. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit, waartegen op grond van artikel 7:1 en artikel 8:1 van de Awb bezwaar en beroep open staat, verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2.3 In de brief van 28 juli 2022 is verwoord dat het gaat om een voornemen. Deze brief is te kwalificeren als een vooraankondiging van bestuursdwang. Van een bestuursdwangbesluit moet worden onderscheiden de zogenaamde vooraankondigingen. Een vooraankondiging van bestuursdwang (onder welke benaming ook) heeft de strekking te dreigen met bestuursdwang of daarvoor alvast te waarschuwen. Een vooraankondiging is echter geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Dat betekent dat tegen het bestreden bericht geen bezwaar en beroep openstaan en dat het verzoek om voorlopige voorziening reeds daarom niet kan worden toegewezen. 3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van A. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2022. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.