Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/621290 / KG ZA 21-1133 Vonnis in kort geding van 17 januari 2022 in de zaak van 1 [eisende partij sub 1] , 2. [eisende partij sub 2] , mede in hun hoedanigheid van vertegenwoordigers van de minderjarigen 3. [eisende partij sub 3]en 4. [eisende partij sub 4] en hun meerderjarige zonen 5. [eisende partij sub 5] en 6. [eisende partij sub 6], 7. [eisende partij sub 7] , 8. [eisende partij sub 8] , mede in hun hoedanigheid van vertegenwoordigers van de minderjarigen 9. [eisende partij sub 9], 10. [eisende partij sub 10] , 11. [eisende partij sub 11] en 12. [eisende partij sub 12], 13. [eisende partij sub 13], 14. [eisende partij sub 14] , 15. [eisende partij sub 15] , 16. [eisende partij sub 16] , 17. [eisende partij sub 17] , allen verblijvende te Afghanistan, eisers, advocaten mr. M.L. van Leer (proces-advocaat) en mr. B. Wegelin en mr. J. Tingen te Amsterdam. tegen: DE STAAT DER NEDERLANDEN (het ministerie van Buitenlandse Zaken) te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. R.W. Veldhuis en mr. M.M. van Asperen te Den Haag. Gedaagde wordt hierna ‘de Staat’ genoemd. Eisers sub 1, 7, 13 en 14 worden afzonderlijk ‘ [eisende partij sub 1] ’, ‘ [eisende partij sub 7] ’, ‘ [eisende partij sub 13] ’ en ‘ [eisende partij sub 14] ’ genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 22 december 2021, met producties; - de conclusie van antwoord in de zaak van eisers 1 tot en met 13 - de conclusie van antwoord in de zaak van eisers 14 tot en met 17, met productie; - de brief van 3 januari 2021 van mr. Wegelin, met producties; - de pleitnota van eisers en de ter zitting overgelegde productie; - de pleitnota van de Staat. 1.2. De mondelinge behandeling is gehouden op 5 januari 2022. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Eisers hebben de Afghaanse nationaliteit en zij verblijven in Afghanistan, in (de omgeving van) Kabul. [eisende partij sub 1] , [eisende partij sub 7] en [eisende partij sub 13] zijn zussen van een man die in Afghanistan als tolk voor de Nederlandse troepen heeft gewerkt. Na de val van Kabul, op 15 augustus 2021, zijn zij vanwege de werkzaamheden van hun broer bedreigd door de Taliban. [eisende partij sub 14] is de zus van een man die sinds 1999 Nederlands staatsburger is en die in het Nederlands leger heeft gediend, waarbij hij zes keer is uitgezonden naar Afghanistan. 2.2. Voor, tijdens en na de machtsovername in Afghanistan door de Taliban in augustus 2021 heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken in samenwerking met de ministeries van Defensie en Justitie en Veiligheid zich ingespannen om personen vanuit Afghanistan te evacueren. Zij hebben daarbij een lijst opgesteld van personen die in aanmerking komen voor evacuatie vanuit Afghanistan naar Nederland. [eisende partij sub 1] , [eisende partij sub 7] en hun gezinnen en [eisende partij sub 13] staan op deze evacuatielijst. [eisende partij sub 14] en haar gezin (eisers 14 tot en met 17) staan niet op deze evacuatielijst. 2.3. Op 18 augustus 2021 heeft de Tweede Kamer een motie (de motie Belhaj c.s.) aangenomen, waarin de regering werd verzocht om bepaalde personen uit Afghanistan te evacueren en om, indien evacuatie niet mogelijk zou blijken, deze personen aan te merken als risicogroep bij het aanvragen van asiel in Nederland. Deze motie luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “overwegende dat Nederland en Nederlandse organisaties in Afghanistan naast tolken ook zijn ondersteund door een brede groep werknemers die net als de tolken voor Nederland hebben gewerkt en daarmee recht hebben op bescherming; verzoekt de regering, het beschermingsbeleid voor personeel dat voor de Nederlandse missie heeft gewerkt, in lijn te brengen met de EASO Country Guidance over Afghanistan en hen als systematisch vervolgde groep aan te merken, waarbij in deze groep vallen ten minste: medewerkers die de Nederlandse overheid hebben bijgestaan (onder anderen bewakers, judiciële medewerkers, koks, chauffeurs), medewerkers van Nederlandse ontwikkelings-projecten, mensenrechten en in het bijzonder vrouwenrechtenverdedigers, fixers van journalisten en journalisten” 2.4. Na de val van Kabul en de verplaatsing van de Nederlandse ambassade naar het vliegveld heeft de Staat een speciaal e-mailadres en een telefoonnummer geopend voor de communicatie met en over de in Afghanistan achtergebleven personen. Mails aan dit e-mailadres werden beantwoord door een crisisteam (het Kabul Crisis Team). Het e-mailadres is op 18 september 2021 afgesloten. 2.5. Tot aan 26 augustus 2021 (toen de evacuatie vanaf het vliegveld om veiligheidsredenen moest worden gestopt) heeft de Staat 1.722 personen geëvacueerd naar Islamabad (Pakistan) en 433 mensen naar Georgië. Het ging daarbij om evacuees met de Nederlandse nationaliteit en om personen met andere nationaliteiten. Het is niet gelukt om alle personen vermeld op de tot dan toe door Nederland samengestelde evacuatielijst Afghanistan uit te krijgen. 2.6. Bij e-mail van 16 september 2021 heeft mr. Wegelin namens [eisende partij sub 14] verzocht om haar op de evacuatielijst te plaatsen. In deze e-mail heeft mr. Wegelin toegelicht dat [eisende partij sub 14] lerares is op een meisjesschool en dat zij daar vecht voor emancipatie en vrouwen, vrouwen- en mensenrechten. Bij e-mail van 30 september 2021 heeft het crisisteam het volgende geantwoord: “Bedankt voor uw uitgebreide mail. Mevrouw [eisende partij sub 14] heb ik geregistreerd. Heeft u voor mij een telefoonnummer van haar die wij kunnen bereiken? En weet u wat haar laatst bekende locatie is?” 2.7. Bij brief van 11 oktober 2021 hebben de bewindspersonen de Tweede Kamer ingelicht over onder meer de inspanningen die worden verricht voor degenen die nog in aanmerking komen om vanuit Afghanistan naar Nederland te worden overgebracht. In deze brief schrijft de regering onder meer het volgende: “Sinds de inname van Kaboel door de Taliban op 15 augustus 2021 zijn ongeveer 2500 mensen met bestemming Nederland vanuit Afghanistan in veiligheid gebracht. Het gaat om 930 Nederlanders en ingezetenen uit Afghanistan, 380 mensen die onder het beschermingsbeleid tolken vallen en 530 andere personen die voor de Nederlandse militaire of politie-missies hebben gewerkt en onder de motie van het lid Belhaj c.s. vallen. Daarnaast zijn 217 personeelsleden van de Nederlandse ambassade en 19 lokale EU-medewerkers en 30 lokale VN-medewerkers naar Nederland gebracht. Ook zijn er tot nu toe ongeveer 420 andere mensen die kwalificeren als doelgroepen van de motie van het lid Belhaj c.s. naar Nederland gekomen, voornamelijk NGO-medewerkers, (fixers van) journalisten en mensen- en vrouwenrechtenverdedigers. Deze cijfers zijn inclusief gezinsleden. Het merendeel van deze mensen is in de actieve evacuatiefase die tot 26 augustus duurde naar Nederland geëvacueerd. Maar ook sindsdien zijn repatriëringen en de overbrenging van mensen naar Nederland via derde landen doorgegaan. Zodra de gelegenheid zich voordeed mensen mee te krijgen op vluchten naar Qatar of Pakistan, heeft Nederland daar gebruik van gemaakt. Op die manier konden tot nu toe 72 Nederlandse paspoort- en verblijfsvergunninghouders, inclusief hun gezinsleden, vanuit Kaboel via Doha naar Amsterdam reizen. (...) Het blijft een zeer risicovolle onderneming Afghanistan te verlaten. Dat geldt in het bijzonder voor mensen met alleen een Afghaans paspoort en voor mensen zonder reisdocumenten. Op het punt van de reisdocumenten kijkt het kabinet constant wat het kan doen bijvoorbeeld door het verschaffen van nooddocumenten, laissez-passers en visa. Het beleid van de Taliban ten aanzien van uitreismogelijkheden voor Afghanen is voortdurend aan verandering onderhevig en wat met de mond wordt beleden, wordt in de praktijk niet altijd uitgevoerd. (...) Het kabinet wil daarnaast een speciale voorziening treffen voor twee bijzondere groepen om overkomst naar Nederland te faciliteren. Het gaat hierbij om medewerkers (en hun kerngezinnen) van een ten laste van de BZ/BHOS-begroting gefinancierd project op het gebied van sociale vooruitgang, vrede en veiligheid of duurzame ontwikkeling. (...)” 2.8. Op 13 oktober 2021 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens het tweeminutendebat Stand van Zaken Afghanistan het volgende meegedeeld: “Als het gaat om de tweede motie van de heer [A] , die op stuk nr. 844, waarin hij vraagt of mensen die een toezegging hebben gekregen naar Nederland kunnen overkomen, hebben wij steeds gezegd: zij die zwart-op-wit een toezegging hebben gekregen, aantoonbaar, die wij ook kunnen aantonen, worden naar Nederland gehaald. Dus die vallen daaronder, dus die motie wil ik graag oordeel Kamer geven.” 2.9. Bij brief van 16 november 2021 hebben de bewindspersonen de Tweede Kamer opnieuw geïnformeerd over de overbrenging naar Nederland van personen in Afghanistan. In deze brief wordt onderscheid gemaakt tussen mensen die vallen onder de motie Belhaj c.s. en andere doelgroepen (namelijk zij die gewerkt hebben voor NGO’s en/of voor Defensie of EUPOL). Deze brief luidt voor zover hier van belang als volgt: “Daarnaast herbevestigt het kabinet dat het zich actief blijft inzetten voor de mensen die reeds waren opgeroepen voor evacuatie in het kader van de motie van het lid Belhaj c.s., maar niet op tijd op het vliegveld konden komen. Het kabinet heeft eerder toegezegd zodra mogelijk hun overkomst naar Nederland te willen faciliteren, waarna hun verblijfsprocedure zal worden doorlopen op dezelfde wijze als voor de reeds in Nederland aangekomen evacués uit Afghanistan. Het kabinet houdt vast aan deze toezegging. Deze staat los van de speciale voorziening die nu is ingericht voor ngo’s en voor de afgebakende groep van Defensie en Justitie en Veiligheid. In reactie op de motie van het lid [A] c.s. (Kamerstuk 27 925, nr. 844) kan het kabinet dan ook melden dat de nieuwe criteria van deze speciale voorziening niet van toepassing zijn op de mensen die reeds een toezegging kregen inzake evacuatie. (...) Het proces van overbrenging gaat langzaam maar gestaag door. Voor mensen met een reisdocument staat de Doharoute open, waarlangs bijna driehonderd mensen naar Nederland zijn overgebracht sinds begin september. Daarnaast zijn er inmiddels bijna tweehonderd mensen via Pakistan naar Nederland overgebracht. Voor mensen zonder reisdocument blijft overbrenging echter een uitdaging. Het kabinet zoekt naar creatieve mogelijkheden om hen aan reisdocumenten te helpen of op een andere manier te faciliteren bij hun overkomst.” 2.10. Bij advocaatbrieven van 1 november 2021 hebben eisers de Staat gesommeerd om hen met gebruikmaking van alle middelen binnen twee weken uit Afghanistan te evacueren. 2.11. Tijdens het vragenuur op 2 november 2021 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken met betrekking tot de voor het uitreizen noodzakelijke paspoorten onder meer het volgende verklaard: “De paspoorten zijn niet nodig omdat wij willen dat mensen daar een paspoort hebben, maar – ik zal het direct even nuanceren – omdat het gegeven de situatie daar op dit moment de enige manier is om eruit te komen. Wij moeten mensen die wij benaderen erop attenderen dat ze een paspoort nodig hebben omdat we ze er anders nu niet uit krijgen. De paspoorten worden vereist door de taliban, door de Pakistani, door Qatar. Mensen komen simpelweg het vliegtuig niet in als ze geen paspoort hebben. Dat is niet omdat wij dat willen — sterker nog, wat ons betreft hoeft dat helemaal niet — maar omdat de autoriteiten daar het ter plekke eisen.” 2.12. Bij e-mail van 9 november 2021 heeft mevrouw [B] , voormalig voorzitter van de militaire vakbond AFMP FNV en betrokken bij de totstandkoming van de zogenoemde tolkenregeling, aan mr. Wegelin bericht dat zij die ochtend tijdens een gesprek op het Ministerie van Defensie had vernomen dat [eisende partij sub 14] op de evacuatielijst stond. In deze e-mail schrijft zij met betrekking tot [eisende partij sub 14] het volgende: “Staat op lijst omdat ze een erg ‘hoog profiel’ (zichtbaar ook in de samenwerking met Nederland en risico lopend had/heeft”. 2.13. Bij brief van 29 november 2021 heeft de Staat aan mr. Wegelin meegedeeld dat [eisende partij sub 14] niet op de evacuatielijst staat en dat de Staat de overkomst naar Nederland van [eisende partij sub 14] en haar gezin op dit moment niet faciliteert. In deze brief schrijft de Staat dat in de e-mail van 30 september 2021 enkel te lezen is dat [eisende partij sub 14] is geregistreerd, wat betekent dat een dossier is aangemaakt, maar niet dat zij is geregistreerd op de evacuatielijst. 2.14. Bij uitspraken van 23 december 2021 heeft de bestuursrechter van deze rechtbank de door [eisende partij sub 1] , [eisende partij sub 7] , [eisende partij sub 13] en [eisende partij sub 14] gevorderde voorlopige (bestuursrechtelijke) voorzieningen afgewezen. Hiertoe heeft de bestuursrechter overwogen en beslist dat (het uitblijven van) evacuatie niet is aan te merken als een besluit in de zin van de Awb. 3Het geschil 3.1. Eisers vorderen, zakelijk weergegeven: primair: de Staat op te dragen om eisers uiterlijk binnen twee weken na betekening van dit vonnis, dan wel binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen periode te evacueren uit Afghanistan; subsidiair: a. aan eisers, al dan niet via hun advocaten, een visumbrief met visumsticker dan wel een laissez-passer met een visum voor Nederland te verstrekken c.q. hen te behandelen als ware zij in het bezit van een visumbrief met visumsticker dan wel een laissez-passer met visum; b. om zich tot het uiterste in te spannen voor de evacuatie van eisers door de Staat waarbij de Staat in ieder geval een concreet plan presenteert, al dan niet via hun advocaten voor de evacuatie van eisers, welk plan in ieder geval de volgende aspecten dient te belichten: of en zo ja binnen welke termijn de Staat van plan is om tot evacuatie van eisers over te gaan; een motivering inhoudende waarom het niet mogelijk is om eisers eerder te evacueren dan wel, voor zover van toepassing, in het geheel niet te evacueren. De Staat dient hierbij toe te lichten waarom de voor de Staat beschikbare middelen, waaronder de hulp van bondgenoten in Afghanistan en/of de regio, onvoldoende zijn om eisers binnen twee weken te evacueren; meer subsidiair: De Staat te verplichten voor wat het primair gevorderde alle inspanningen te verrichten en alle mogelijkheden te benutten en alle mogelijke voorbereidingen te treffen voor de evacuatie van eisers en/of de Staat te verplichten een concrete inspanningsverplichting op te leggen die eruit bestaat dat de Staat binnen twee weken na een daartoe strekkende uitspraak van de rechtbank aan eisers laat weten welke acties hij heeft ondernomen en nog zal ondernemen om eisers te evacueren en welke factoren daarop van invloed zijn; primair en (meer) subsidiair op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de Staat in de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. Aan deze vordering leggen eisers het volgende ten grondslag. Eisers zijn grotendeels ondergedoken in Afghanistan en verkeren in levensgevaar. Op de Staat rust een rechtsplicht om hen zo snel mogelijk uit Afghanistan te evacueren, althans om daarvoor alle mogelijke inspanningen te verrichten. Eisers konden aan hun plaatsing op de evacuatielijst het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat zij binnen een redelijke termijn uit Afghanistan geëvacueerd zouden worden. Er bestaat immers geen onderscheid tussen eisers en de Afghaanse burgers die wel (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.