Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 21-7001 Zaaknummer: C/09/619422 Datum beschikking: 12 januari 2021 Procedure gezamenlijke toegang ouders Beschikking op het op 18 oktober 2021 ingekomen deelnameformulier van: [Y] , de vader, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. L.J.W. Govers in Zoetermeer, en [X] de moeder, wonende in [woonplaats 2] , advocaat: mr. R.N. Baldew in Den Haag. Procedure De ouders hebben zich tot de rechtbank gewend door het indienen van een door beide ouders ingevuld en ondertekend deelnameformulier ‘pilot procedure gezamenlijke toegang ouders’, met bijlagen. De ouders hebben ermee ingestemd dat de procedure wordt gevoerd volgens de ‘procesregels gezamenlijke toegang ouders’. De rechtbank heeft kennisgenomen van voornoemd deelnameformulier, met bijlagen. De minderjarige [minderjarige] heeft op 23 november 2021 telefonisch zijn mening kenbaar gemaakt. Op 29 november 2021 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat; de moeder bijgestaan door haar advocaat; [medewerker RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 1] 2006 in [geboorteplaats 1] . De vader heeft [minderjarige] erkend. De moeder is van rechtswege alleen met het gezag over [minderjarige] belast. [minderjarige] verblijft bij de moeder. Zij zijn daarnaast de ouders van de volgende (jong)meerderjarige kinderen: [jong-meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2001 in [geboorteplaats 2] [jong-meerderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2003 in [geboorteplaats 3] Verzoek De ouders zijn het eens over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling) en verzoeken de rechtbank dienovereenkomstig te beslissen. De ouders zijn het niet eens over de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie voor [minderjarige] en verzoeken de rechtbank een beslissing te nemen. Ter zitting heeft de vader medegedeeld dat hij geen wijziging van het gezag en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] meer wil, zodat op die punten geen beslissing van de rechtbank meer nodig is. Beoordeling Zorgregeling De ouders hebben overeenstemming bereikt over de zorgregeling. De ouders zijn het erover eens dat [minderjarige] in de oneven weekenden van vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de vader verblijft, met dien verstande dat [minderjarige] zelf met de vader kortsluit of dit contactmoment uitkomt vanwege zijn sport, huiswerk en zijn bijbaan. In de oneven weekenden is de vader verantwoordelijk voor het wegbrengen en ophalen van [minderjarige] naar en van zijn wedstrijden. Wanneer de vader zelf niet in staat is om [minderjarige] weg te brengen of op te halen, zal hij iemand anders regelen die [minderjarige] wegbrengt en ophaalt. Ten aanzien van de verdeling van de vakanties zijn de ouders overeengekomen dat [minderjarige] in de zomervakantie de eerste drie weken bij de moeder verblijft en de laatste drie weken bij de vader. De overige vakanties zullen in onderling overleg met [minderjarige] worden verdeeld. Partijen zijn het er ten slotte over eens dat [minderjarige] op vaderdag, de verjaardag van vader en in de even jaren op de verjaardag van [minderjarige] zelf bij de vader zal zijn. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen. Kinderalimentatie Behoefte De ouders zijn het erover eens dat de behoefte van [minderjarige] € 412,- per maand is in
- Geïndexeerd naar 2022 is de behoefte van [minderjarige] afgerond € 420,- per maand. Draagkracht vader De ouders zijn het erover eens dat voor de berekening van de draagkracht van de vader uitgegaan moet worden van zijn bruto jaarinkomen in 2020 van € 54.268,-, zoals dat blijkt uit de jaaropgave
- De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende fiscale heffingskortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting. De rechtbank zal rekenen met periode 2022-I gelet op de ingangsdatum, zoals hierna wordt overwogen. De rechtbank berekent het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de vader op € 3.191,- per maand en zijn draagkracht voor kinderalimentatie op € 850,- per maand. Draagkracht moeder De ouders zijn het erover eens dat voor de berekening van de draagkracht van de moeder uitgegaan moet worden van haar bruto jaarinkomen in 2020 van € 41.552,-, zoals dat blijkt uit de jaaropgave
- De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende fiscale heffingskortingen: de algemene heffingskorting; de arbeidskorting. Verder houdt de rechtbank rekening met een kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop. De rechtbank zal gelet op de ingangsdatum van de alimentatie rekenen met periode 2022-I. De rechtbank berekent het NBI van de moeder op € 2.938,- per maand en haar draagkracht voor kinderalimentatie op € 726,- per maand. Zorgkorting De ouders zijn het erover eens dat de zorgkorting 15% is, zodat de rechtbank hier rekening mee zal houden. De behoefte van [minderjarige] is afgerond € 420,- per maand in 2022, zodat de zorgkorting (0,15 x 420 =) € 63,- per maand is in
- Draagkrachtvergelijking De rechtbank stelt de gezamenlijke forfaitaire draagkracht van de ouders gelet op het voorgaande vast op (850 + 726 =) € 1.576,- per maand. Nu de totale draagkracht van de ouders de behoefte van [minderjarige] van afgerond € 420,- per maand overstijgt, zal de rechtbank een draagkrachtvergelijking maken. De verdeling van de kosten over beide ouders wordt dan berekend volgens de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel: het eigen aandeel van de vader bedraagt: 850 / 1576 x 420 = € 227,- het eigen aandeel van de moeder bedraagt: 726 / 1576 x 420 = € 193,- samen € 420,- Van de totale behoefte van [minderjarige] komt dus een gedeelte van afgerond € 227,- per maand voor rekening van de vader en een gedeelte van afgerond € 193,- voor rekening van de moeder. Rekening houdend met de zorgkorting van € 63,- per maand, zoals hiervoor is overwogen, dient de vader aan de moeder een kinderalimentatie voor [minderjarige] te betalen van (227 – 63 =) € 164,- per maand. Ingangsdatum De ouders zijn het erover eens dat de datum van de levering van de woning van de moeder aan een derde – naar verwachting in het eerste half jaar van 2022 – als ingangsdatum moet worden gehanteerd, omdat de vader tot op heden de hypotheeklasten voor deze woning nog voldoet. Conclusie De rechtbank zal gelet op al het voorgaande bepalen dat de vader met ingang van de levering van de woning van de moeder aan een derde € 164,- per maand aan kinderalimentatie voor [minderjarige] aan de moeder zal voldoen. De rechtbank zal het meer of anders verzochte over de kinderalimentatie afwijzen. Aanhechten berekening De rechtbank heeft een berekening gemaakt van de draagkracht van de ouders. Deze berekeningen zijn aan de beschikking gehecht en maken daarvan onderdeel uit. Beslissing De rechtbank: bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2006 in ’ [geboorteplaats 1] , bij de vader zal zijn: in de oneven weekenden van vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur; de laatste drie weken van de zomervakantie; in de overige vakanties, in onderling overleg met [minderjarige] te verdelen; op vaderdag, de verjaardag van vader en in de even jaren op de verjaardag van [minderjarige] zelf; bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van de datum van levering van de woning van de moeder aan een derde, een kinderalimentatie voor [minderjarige] van € 164,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen; verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. S. Sluijmer, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 januari 2022.