← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:1953

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.2304 uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [naam], verzoeker V-nummer: [nummer 1] (gemachtigde: mr. C.F. Wassenaar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. F. Croonen). Procesverloop Verweerder heeft verzoeker op 7 februari 2022 kenbaar gemaakt dat hij op 24 februari 2022, om 10:55 uur per vliegtuig (vluchtnummer [nummer 2]) zal worden overgedragen aan Italië. Verzoeker heeft op 11 februari 2022 bezwaar gemaakt tegen zijn voorgenomen overdracht en heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen ter voorkoming daarvan. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen

  1. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
  2. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan ook in geval van een niet-kennelijke afdoening uitspraak worden gedaan zonder een zitting te houden wanneer onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad. Gelet op de omstandigheid dat de opvangvoorzieningen van verzoeker op korte termijn dreigen te worden beëindigd en de onzekerheid die heerst omtrent een naderende uitzetting uit Nederland, maakt de voorzieningenrechter gebruik van deze bevoegdheid.
  3. Het bezwaar is gericht tegen de voorgenomen feitelijke uitzetting van verzoeker naar Italië. Dit is een handeling die op grond van artikel 72, derde lid, van de Vw met een besluit is gelijkgesteld. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
  4. Verweerder heeft op 23 februari 2022 medegedeeld dat de voorgenomen uitzetting van verzoeker is geannuleerd omdat verzoeker niet heeft meegewerkt aan een PCR-test.
  5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker geen spoedeisend belang meer bij de gevraagde voorziening omdat er geen concrete uitzetting meer op handen is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
  6. De uitzetting kan geen doorgang vinden vanwege het gebrek aan medewerking van verzoeker aan een PCR-test. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Het dictum is telefonisch meegedeeld op 23 februari 2022 om 17:33 uur aan de gemachtigde van verweerder en om 17:41 uur aan de gemachtigde van verzoeker. De uitspraak is bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Algemene wet bestuursrecht. Vreemdelingenwet 2000.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.