← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:2503

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: AWB 21/3611 V-nummer: geen uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 18 februari 2022 in de zaak tussen Stichting Uitbanning Genocide, eiser (gemachtigde: mr. M. Tongeren), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder ( [gemachtigde verweerder] ). Procesverloop Bij brief van 1 mei 2021 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen de door verweerder verleende vergunningen aan twee specifieke vreemdelingen. Verweerder heeft dit bezwaar bij besluit van 20 mei 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser niet kan worden aangemerkt als belanghebbende. Op 17 juni 2021 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiser tegen dit besluit ontvangen. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank op grond van artikel 8:41, tweede lid, tweede zin, van de Awb het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
  2. De griffier heeft bij brief van 18 juni 2021 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. De griffier heeft bij brief van 16 augustus 2021 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief.
  3. Eiser heeft het griffierecht niet betaald. De rechtbank is daarom van oordeel dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Eisers beroep op artikel 81 van de Vreemdelingenwet faalt. Eiser heeft immers geen asiel aangevraagd. Eisers verzoek om het griffierecht te verrekenen met voorgaande zaken honoreert de rechtbank niet.
  4. Nu het beroep niet-ontvankelijk verklaard wordt vanwege het niet betalen van het griffierecht, kan in het midden blijven of verweerder het beroep van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat eiser geen belanghebbende zou zijn. Conclusie
  5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.S. Kempers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 februari
  6. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.