← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:284

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.12377 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], V-nummer: [nummer], eiser mede namens zijn minderjarige zoon: [Naam 2] , V-nummer: [Nummer 2] (gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 23 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. Eiser is geboren op [Geb. datum 1] 1974 en bezit de Syrische nationaliteit. Zijn zoon is geboren op [Geb. datum 2] 2010 en bezit eveneens de Syrische nationaliteit.
  2. Eiser heeft op 8 november 2017 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Bij besluit van 8 november 2017 heeft verweerder de asielaanvraag ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De verleende verblijfsvergunning heeft een geldigheidsduur van 8 november 2017 tot 8 november
  3. Eiser heeft op 2 juli 2021 opnieuw een asielaanvraag ingediend. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze aanvraag afgewezen als niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw, omdat aan eiser en zijn zoon al een verblijfsvergunning asiel is verleend. Hierdoor ziet verweerder geen aanleiding om de asielaanvraag inhoudelijk te beoordelen op inwilligbaarheid.
  4. Eiser voert daartegen aan dat hij van verweerder heeft vernomen dat zijn verblijfsvergunning asiel zal worden ingetrokken. Het bestreden besluit heeft tot gevolg dat eiser en zijn zoon op straat komen te staan, omdat zij geen recht meer hebben op opvang en er geen alternatieve huisvesting beschikbaar is. Zij zullen aangewezen zijn op crisisopvang. Van de gemeenten [plaatsnaam 1] en [plaatsnaam 2] heeft eiser vernomen dat het ongeveer zes weken kan duren voordat een plaats voor hem en zijn zoon beschikbaar zal zijn in de crisisopvang. De rechtbank oordeelt als volgt.
  5. De bestuursrechter moet ambtshalve, dat wil zeggen: uit eigen beweging, beoordelen of er sprake is van procesbelang. Van procesbelang kan worden gesproken als de indiener met de procedure in een gunstiger positie kan komen.
  6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geen procesbelang bij zijn beroep. Zolang hij nog in het bezit is van een asielvergunning, kan hij met een beroep tegen de afwijzing van zijn nieuwe asielaanvraag niet in een gunstiger verblijfsrechtelijke positie komen. Een beroep tegen deze afwijzing kan ook niet leiden tot het afzien door verweerder van een mogelijke intrekking, dan wel tot een aanspraak op huisvesting. Nu eiser (nog steeds) statushouder is, heeft hij op grond van de Huisvestingswet 2014 al recht op huisvesting.
  7. Het beroep is niet-ontvankelijk.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr.Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.