← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:3241

beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies rekestnummer: C/09/625007 / FT RK 22/108 vonnis van 8 april 2022 (bij vervroeging) in de zaak van [verzoeker] en [verzoekster], beiden wonende te [woonplaats], verzoekers, advocaat: mr. G. Janssen, tegen [verweerder] (hierna: [verweerder]), wonende te [woonplaats], verweerder. Waar deze zaak over gaat Verzoekers hebben een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van verweerder. Dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. 1De procedure 1.

  1. Verzoekers hebben op 11 februari 2022 een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van [verweerder] . 1.
  2. Het verzoekschrift is op 22 maart en 5 april 2022 behandeld in raadkamer. Bij die gelegenheden zijn verschenen en gehoord: - mr. Janssen, voornoemd, - [verweerder], voornoemd. 1.
  3. De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende stukken: - een ter zitting van 22 maart 2022 door mr. Janssen overgelegde akte met een drietal producties; - een ter zitting van 5 april 2022 door [verweerder] overgelegde print screen van de Regionale Belasting Groep. 1.
  4. De uitspraak is, bij vervroeging, bepaald op heden. 2Standpunten van partijen 2.
  5. Verzoekers stellen een vordering uit hoofde van een geldleningsovereenkomst op [verweerder] te hebben. De resterende hoofdsom bedraagt € 39.000,-, te vermeerderen met rente en de kosten van de faillissementsaanvraag. Als steunvordering hebben verzoekers gesteld dat hun dochter -tevens ex-echtgenote van [verweerder] - een regresvordering op [verweerder] heeft, omdat zij de totale vordering van de Rabobank ad € 48.000,- heeft betaald terwijl [verweerder] voor de helft van deze schuld aansprakelijk is. Deze aansprakelijkheid vloeit voort uit de omstandigheid dat de Rabobank dit krediet aan de vennootschap onder firma heeft verstrekt waarvan [verweerder] en zijn ex-echtgenote vennoten zijn geweest, en die [verweerder] als eenmanszaak heeft voortgezet. Als tweede steunvordering hebben verzoekers gesteld dat [verweerder] een vordering van de Regionale Belasting Groep (hierna: RGB) onbetaald laat. 2.
  6. [verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Hij erkent de vordering van verzoekers tot een bedrag van € 34.750,-, maar betwist dat sprake is van steunvorderingen. De gestelde regresvordering van zijn ex-echtgenote moet worden meegenomen in een aparte afzonderlijke procedure met betrekking tot de afwikkeling van de vennootschap onder firma (vof), waarbij volgens [verweerder] ook andere financiële verplichtingen over en weer moeten worden afgewikkeld. Wanneer die afwikkeling in volle omvang wordt bezien, is het in dat verband niet zijn ex-echtgenote die een vordering op hem heeft, maar heeft hij juist een vordering op haar. Ten aanzien van de gestelde steunvordering van de RGB heeft [verweerder] een print screen overgelegd, waaruit blijkt dat hij op 4 april 2022 geen openstaande schulden aan de RGB heeft. 3De beoordeling Bevoegdheid 3.
  7. De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verweerder] in Nederland ligt. Het beoordelingskader 3.
  8. Voor een faillietverklaring is vereist dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen (de faillissementstoestand). Om deze toestand te kunnen aannemen, moet zijn voldaan aan twee voorwaarden;

(1)er moet sprake zijn van meerdere schuldeisers (pluraliteit) en
(2)de schuldenaar betaalt niet meer. Indien, zoals hier, het verzoek tot faillietverklaring door een schuldeiser wordt gedaan, is daarnaast nog vereist dat summierlijk van dat vorderingsrecht is gebleken. Er is sprake van ‘summierlijk blijken’ indien uit kort en eenvoudig onderzoek de faillissementstoestand en de vordering van de verzoeker blijken. Voor een uitgebreid onderzoek is in een faillissementsprocedure geen plaats. Summierlijk blijken van het vorderingsrecht van verzoekers 3.2.
  1. [verweerder] heeft op de zitting van 22 maart 2022 de vordering van verzoekers voor een bedrag van € 34.500,- erkend. De rechtbank is van oordeel dat hiermee summierlijk blijkt van het vorderingsrecht van verzoekers. Pluraliteit 3.2.
  2. [verweerder] heeft het bestaan van de gestelde steunvorderingen gemotiveerd betwist. De rechtbank komt niet onaannemelijk voor dat de gestelde (regres-)vordering van de ex-echtgenote van [verweerder] onderdeel uitmaakt van de afwikkeling van een vof tussen [verweerder] en zijn ex-echtgenote. Echter, niet is gebleken dat een volledige afwikkeling, dus een afwikkeling waar ook verdere vermogensbestanddelen van de vof worden betrokken, ook tot een vordering van de ex-echtgenote op [verweerder] zal leiden. De in dit verband gestelde steunvordering laat zich dan ook niet summierlijk vaststellen. Ten aanzien van de gestelde vordering van het RGB heeft [verweerder] een uitdraai van de website van het RBG overgelegd waarop de datum 4 april 2022 staat vermeld, alsmede: “Te betalen: € 0,00”. Van de zijde van verzoekers zijn geen stukken overgelegd waaruit kan blijken dat die uitdraai niet juist is en dat het RBG (nog) wel een vordering op [verweerder] heeft. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet summierlijk is gebleken van een steunvordering en zal daarom het verzoek afwijzen. 4De beslissing De rechtbank: - wijst het verzoek tot faillietverklaring van [verweerder], voornoemd, af. Dit is de beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 april
  3. Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak? Tegen deze uitspraak kan degene die is verschenen en aan wie de Faillissementswet dat recht toekent gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij griffie van het gerechtshof in Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.