← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:3475

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 20/7756 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2022 in de zaak tussen [eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. M.R. Pigmans), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. G. van der Kooij en mr. M. Stolker). Procesverloop Bij besluit van 5 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder drie verzoeken van eiseres op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: het Wob-verzoek) toegewezen. Bij besluit van 2 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard en meer documenten aan eiseres verstrekt. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De zitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2022 via een beeldverbinding. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Overwegingen Waar gaat deze zaak over?

  1. Op 26 juni 2018 heeft eiseres op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op de aanwijzing van [B.V.] B.V. en de regionale netbeheerders elektriciteit en gas in de zin van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet die dateren van na 26 juni
  2. Verweerder heeft de documenten die vallen onder de reikwijdte van het Wob-verzoek openbaargemaakt tot aan de datum van het verzoek 26 juni
  3. Volgens eiseres heeft verweerder het Wob-verzoek te beperkt opgevat en moeten alle documenten tot aan 2 november 2020, de datum van de beslissing op het bezwaar, worden openbaargemaakt. Wat is het oordeel van de rechtbank?
  4. De rechtbank overweegt dat de tekst van het Wob-verzoek leidend is voor het antwoord op de vraag welke documenten onder de reikwijdte van het verzoek vallen. In het beslissing op bezwaar vindt vervolgens een volledige heroverweging plaats, zodat verweerder alsnog kan besluiten op het deel van het Wob-verzoek waarvan hij aanvankelijk meende dat het buiten de reikwijdte daarvan viel.
  5. In dit geval heeft de tekst van het Wob-verzoek betrekking op documenten vanaf 26 juni 2014 zonder dat daarbij een einddatum is afgegeven. In bezwaar heeft eiseres zijn verzoek ook niet nader gespecificeerd. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat verweerder het Wob-verzoek terecht heeft afgegrensd tot aan de datum van de aanvraag.
  6. Het beroep is ongegrond.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Abdolbaghai, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 maart
  8. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.