← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:3932

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.5450 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden). Procesverloop Bij besluit van 28 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2022 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-. Overwegingen Het is thans niet langer in geschil dat Italië nog steeds verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielverzoek. Eiser heeft geen bezwaren geuit tegen overdracht aan Italië. Eiser stelt echter terecht dat verweerder in het bestreden besluit heeft nagelaten om de verantwoordelijkheid van Italië deugdelijk te onderbouwen. Uit het voornemen, noch uit het bestreden besluit blijkt namelijk dat eiser op 9 maart 2022 is geclaimd bij de Italiaanse autoriteiten. Dit is eiser eerst duidelijk geworden uit het rechtbankdossier. Voor zover uit de motivering van het bestreden besluit zou moeten worden afgeleid dat verweerder zich (mede) baseert op het tussen Duitsland en Italië gesloten claimakkoord, geldt dat hierop in de huidige procedure niet de verantwoordelijkheid van Italië kan worden gebaseerd. Het beroep is dan ook gegrond en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen, onder de bepaling dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. Nu eiser vanwege het ontbreken van een sluitende motivering aanleiding heeft kunnen zien om beroep in te stellen, zal de rechtbank verweerder veroordelen in de proceskosten, die aan de zijde van eiser worden vastgesteld op € 1518,- , uitgaande van 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting en een zaak van gemiddeld gewicht (wegingsfactor 1). Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.