RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3546 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. P.L.M. Stieger), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 8 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure ingewilligd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- Verweerder heeft bij het bestreden besluit een verblijfsvergunning toegekend met ingang van 15 november 2018, geldig tot 18 november
- Na het verstrijken van het besluit- en vertrekmoratorium zal worden bezien of een herbeoordeling van de aanspraken op een asielvergunning in de rede ligt.
- Eiser stelt hiertegen in beroep dat het niet geven van een definitief oordeel over de asielaanvraag maakt dat het besluit een voorlopige betekenis heeft. Dit is volgens eiser in strijd met de vreemdelingenwetgeving en het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank oordeelt als volgt.
- Nu verweerder eiser een asielvergunning heeft verleend, moet de rechtbank ambtshalve beoordelen of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
- Anders dan eiser betoogt, is zijn verblijfsvergunning niet onder voorbehoud verleend. Hij ontleent hieraan dan ook geen procesbelang. In het bestreden besluit is immers onvoorwaardelijk beslist dat de vergunning wordt verleend met ingang van 15 november 2018 en geldig is tot 18 november
- Dat verweerder in de motivering van het bestreden besluit heeft opgenomen dat eventueel een herbeoordeling van de aanspraak op een verblijfsvergunning asiel zal plaatsvinden na afloop van het besluit- en vertrekmoratorium voor Afghanistan, maakt niet dat sprake is van een inwilliging onder voorbehoud. Een dergelijke herbeoordeling kan namelijk ook bij andere (definitieve) besluiten plaatsvinden. Het bestreden besluit is dan ook niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
- Nu er geen sprake is van procesbelang, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Algemene wet bestuursrecht.