RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.5261 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], verzoeker v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 februari
- Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten. Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder geregeerd. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijk uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
- De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoet gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen. Verweerder heeft in zijn reactie van 8 november 2011 medegedeeld bereid te zijn de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van € 3741 en is van mening dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit en geen materiele beoordeling van het geschil hoeft plaats te vinden. Verzoeker heeft
- Tarief Besluit proceskosten bestuursrecht 2021 het verzoek om vergoeding van de proceskosten gedaan op dezelfde dag als het intrekken van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
- Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
- De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,502 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 759 en wegingsfactor 0,50). De rechtbank is van mening dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent). Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. 2 Tarief Besluit proceskosten bestuursrecht
- De uitspraak is bekendgemaakt op: Documentcode: DSR18939520 Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.