RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage CB/c Rolnr.: 9195529 RL EXP 21-7482 3 mei 2022 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: huurder, gemachtigde: mr. J.P. van Veenendaal (Advocatenkantoor VanVeenendaal), (toevoeging verleend onder kenmerk [kenmerk]) tegen de stichting Stichting Vidomes gevestigd en kantoorhoudende te Delft, gedaagde partij, hierna te noemen: Vidomes, gemachtigde: mr. B.M. Breedijk (Breedijk Veenis Advocaten) 1Het procesverloop 1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de dagvaarding van 21 april 2021 met 21 producties (nrs. 1 tot en met 21); de conclusie van antwoord van 1 juli 2021 met drie producties (nrs. 1 tot en met 3); de akte indienen stukken aan de zijde van huurder van 27 september 2021 met een productie (nr. 22); de akte van uitlaten en indienen stukken aan de zijde van huurder van 14 december 2021 met een productie (nr. 23); de antwoordakte aan de zijde van Vidomes van 8 maart 2022 met een (ongenummerde) productie. 1.2 Op 24 september 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij is huurder in persoon verschenen, samen met haat gemachtigde en vergezeld van [naam 1] en zijn namens Vidomes [naam 2] en de gemachtigde verschenen. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken heeft de griffier zakelijke aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Een schikking is niet bereikt. 1.3 Vonnis is aanvankelijk bepaald op 5 april 2022, maar is nader bepaald op heden. 2De feiten 2.1 Sinds 21 september 2017 huurt huurder van Vidomes de woning met bijbehorende berging aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning). 2.2 Op de huurovereenkomst zijn (onder meer) de Algemene Huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte van Vidomes van toepassing verklaard. 2.3 De energieleverancier van huurder is Eneco. 2.4 Volgens de jaarnota’s van Eneco bedroeg het warmteverbruik van huurder in de periode 1 oktober 2017 tot 4 oktober 2018 81,15 GJ voor een bedrag van € 1.912,18, in de periode 4 oktober 2018 tot 12 september 2019 44 GJ voor een bedrag van€ 1.176,30 en in de periode 21 september 2020 tot 21 september 2021 51,00 GJ voor een bedrag van € 1.269,36. De jaarnota over 2020 is niet overgelegd, maar uit de jaarnota 2021 blijkt dat het warmteverbruik in dat jaar 51,88 GJ bedroeg. 2.5 In verband met een door huurder aan Vidomes gemelde klacht heeft Breman Installatiegroep, in opdracht van Vidomes, op 16 november 2018 de binnenhuisinstallatie van de woning gecontroleerd. Breman constateerde dat de stekker van de kamerthermostaat niet met het stopcontact verbonden was en dat het hoge energieverbruik van huurder te wijten was aan het niet gebruiken van de thermostaat, waardoor de 2-weg klep altijd open stond. 3De vordering 3.1 Huurder vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: (○) Vidomes te veroordelen tot het herstellen van de gebreken aan de woning op straffe van een dwangsom van EUR 500,00 per dag/dagdeel met een maximum van EUR 10,000 dat Vidomes in gebreke mocht blijven aan dit beval te voldoen; (○) een verklaring voor recht dat Vidomes jegens huurder aansprakelijk is voor alle schade die zij lijdt c.q. geleden heeft ten gevolge van gebreken aan de woning; (○) Vidomes te veroordelen tot vergoeding van de door huurder, als gevolg van de gebreken aan de woning geleden en nog te lijden schade, te weten EUR 2.823,74 aan openstaande eindafrekeningen over 2018 en 2019 van de energieleverancier, alsmede de aanvullende maandlasten over 2018, 2019 en 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf januari 2021, althans vanaf datum van de dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening; (○) Vidomes te veroordelen in de (proces)kosten van het geding, daaronder begrepen een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van huurder, en de nakosten, vast te stellen conform het liquidatietarief voor de rechtbanken en gerechtshoven, althans te begroten op een door de rechter in goede justitie te bepalen bedrag. 3.2 Aan haar vordering legt huurder ten grondslag dat Vidomes aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de gebreken aan de binnenhuisinstallatie van de woning, meer in het bijzonder de hoge stookkosten. 4Het verweer 4.1 Vidomes betwist de vordering van huurder. Zij stelt dat er geen gebrek is aan de binnenhuisinstallatie van de woning en dat, als er al een gebrek is, het de binnenhuisinstallatie betreft, die huurder van Eneco huurt. Vidomes is hiervoor niet aansprakelijk. 5De beoordeling 5.1 Bij akte van 14 december 2021 heeft huurder laten weten dat het gebrek of de gebreken aan de woning zijn verholpen. Daardoor heeft huurder geen belang meer bij toewijzing van de vordering tot herstel van de gebreken en dat onderdeel van de vordering zal aldus worden afgewezen. 5.2 In deze procedure gaat het dus in feite alleen nog over de vraag in hoeverre Vidomes jegens huurder aansprakelijk is voor de (te hoge) verwarmingskosten, die huurder aan haar energieleverancier Eneco heeft moeten betalen. Daarbij stelt de kantonrechter voorop dat het daarbij niet gaat om een beoordeling van de vraag of de maandlasten te hoog of te laag waren vastgesteld en ook niet om de vraag of huurder op de jaarnota bedragen heeft moeten bijbetalen. In deze gaat het om de vraag of de totale stookkosten van huurder te hoog waren als gevolg van een gebrek waarvoor huurder Vidomes aansprakelijk houdt. Daarbij geldt dat de maandlasten (de maandelijkse voorschotnota’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.