← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:4923

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.13823 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. D. de Heuvel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 24 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b van de Vw. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen

  1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de – ambtshalve te beantwoorden – vraag gesteld of in deze zaak sprake is van procesbelang.
  2. Verweerder heeft de rechtbank laten weten dat eiser sinds 14 april 2022 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De rechtbank heeft op 20 april 2022 gemachtigde van eiser gevraagd mede te delen of hij weet waar eiser verblijft, wanneer voor het laatst contact is geweest met eiser en op welke wijze dit is gebeurd. Gemachtigde heeft niet gereageerd.
  3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State volgt dat indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd en met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij actueel contact onderhoudt met zijn gemachtigde.
  4. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt niet van actueel contact tussen eiser en zijn gemachtigde, nu de gemachtigde van eiser niet heeft gereageerd. De rechtbank leidt hieruit af dat eiser niet langer prijs stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland, zodat hij geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van dit beroep.
  5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Vreemdelingenwet
  7. Algemene Wet Bestuursrecht. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 september 2019 ( ECLI:NL:RVS:2019:579).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.