← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:5369

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.8577 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Guman), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Verweerder heeft op 11 mei 2022 de maatregel van bewaring opgeheven. Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Op 13 mei 2022 heeft eiser de beroepsgronden ingediend. Op 18 mei 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Op 25 mei 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen

  1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1979 en de Poolse nationaliteit te bezitten.
  2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
  3. Eiser stelt dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Eiser is een EU-onderdaan en doet daarbij een beroep op artikel 21 van het VWEU. Tevens stelt eiser op grond van artikel 64 van de Vw in Nederland te mogen verblijven. Tot slot voert eiser aan dat een lichter middel kon worden toegepast.
  4. Bij beschikking van 22 juli 2020 is vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland op grond van het Unierecht. Het enkele feit dat hij een EU-onderdaan is maakt dat niet anders. Eisers aanvraag op grond van artikel 64 van de Vw is op 10 mei 2022 afgewezen, wat betekent dat eiser geen rechtmatig verblijf kan ontlenen aan het voornoemde artikel.
  5. Eiser onderbouwt op geen enkele wijze waarom een lichter middel toegepast had moeten worden. Verweerder heeft daarentegen in de maatregel voldoende gemotiveerd waarom in eisers geval niet voor een lichter middel is gekozen.
  6. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet
  8. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.