← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:5370

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.8721 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Jhingoer), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 11 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Verweerder heeft op 23 mei 2022 de maatregel van bewaring opgeheven. Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Op 20 mei 2022 heeft eiser de beroepsgronden ingediend. Op 24 mei 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Op 25 mei 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen

  1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1976 en de Poolse nationaliteit te bezitten.
  2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
  3. Eiser voert aan dat in het proces-verbaal staandehouding/overbrenging/overdracht (model 105) ten onrechte niet is toegelicht waarom er handboeien zijn gebruikt bij de overbrenging van eiser naar een plaats bestemd voor verhoor. Dit is een gebrek dat dient te leiden tot onrechtmatigheid van de bewaring.
  4. Verweerder erkent dat uit het genoemde proces-verbaal blijkt dat gebruik is gemaakt van handboeien, maar dat de toelichting als bedoeld in artikel 22 van de Ambtsinstructie ontbreekt. Verweerder heeft om die reden een aanvullend proces-verbaal van bevindingen overgelegd, welke is opgevraagd bij de Avim. Verweerder stelt hiermee te voldoen aan artikel 22 van de Ambtsinstructie.
  5. Ingevolge artikel 22, eerste en tweede lid, van de Ambtsinstructie kan de ambtenaar een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd ten behoeve van het vervoer handboeien aanleggen als de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting. Ingevolge het derde lid kunnen de in het tweede lid bedoelde feiten of omstandigheden slechts gelegen zijn in de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, of de aard van het strafbare feit op grond waarvan de vrijheidsbeneming heeft plaatsgevonden, één en ander in samenhang met de wijze waarop en de situatie waarin het vervoer plaatsvindt.
  6. In het proces-verbaal staandehouding/overbrenging/overdracht ontbreekt de vereiste toelichting waarom in eisers geval gebruik is gemaakt van handboeien. Uit het aanvullend proces-verbaal van bevindingen blijkt echter dat de handboeien zijn aangelegd met het oog op gevaar voor de veiligheid. Na een identiteitsonderzoek in de politiesystemen bleek namelijk dat eiser meermaals de Wet Wapens en Munitie heeft overtreden. Verweerder heeft met het overleggen van het proces-verbaal van bevindingen het gebruik van de handboeien tijdens de overbrenging alsnog voldoende onderbouwd en daarmee voldaan aan artikel 22 van de Ambtsinstructie.
  7. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet
  9. Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren. Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.