RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 20/85 v-nummer: [nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam 1], eiseres, gemachtigde: mr. R.C. van den Berg, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, gemachtigde: mr. N. Hamzaoui. Procesverloop Eiseres heeft op 6 januari 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder heeft op 3 februari 2020 een verweerschrift ingediend. Bij besluit van 21 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van rechtswege mede betrekking op dit besluit. Verweerder heeft op 27 augustus 2020 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 30 september 2021 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Tevens waren ter zitting aanwezig Masoud Hamoud, referent, en G.M.A. Al-Harbia, tolk. Ter zitting is gelijktijdig behandeld het beroep van de kinderen van eiseres tegen een afzonderlijke besluit op bezwaar van 21 april 2020 (AWB 20/2576). Ter zitting is het onderzoek gesloten en partijen medegedeeld dat binnen zes weken uitspraak zal worden gedaan. Bij brief van 21 oktober 2021 heeft de gemachtigde van eiseres bericht dat eiseres en haar kinderen in Nederland zijn aangekomen en hier een asielaanvraag hebben ingediend. Verweerder heeft in zijn bericht van 1 november 2021 hierop gereageerd. Op 9 november 2021 heeft de gemachtigde van eiseres bericht dat alleen eiseres in Nederland is. De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd met zes weken. Bij brief van 11 november 2021 heeft de gemachtigde van eiseres verzocht om het onderzoek ter heropenen in verband met de inreis van eiseres in Nederland. Bij brieven van 16 november 2021 en 21 december 2021 heeft verweerder laten weten dat deze veranderde omstandigheid verweerder geen aanleiding geven voor een ander standpunt. De rechtbank heeft op 22 december 2021 op verzoek van de gemachtigde van eiseres het onderzoek heropend. De rechtbank heeft verweerder verzocht of aanleiding wordt gezien om (in de zaak van de kinderen) thans tot een andere belangenafweging te komen. Verweerder heeft op 19 januari 2022 een nadere reactie gegeven. De rechtbank heeft bij brief van 21 februari 2022 partijen in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na verzending van de brief aan te geven of zij nog een nadere zitting wensen. Nadat geen van de partijen heeft aangegeven mondeling op een zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:57 van de Awb heeft de rechtbank bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.