← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:6268

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.10910 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.M.E. Disselkamp). Procesverloop Bij besluit van 10 juni 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van een schadevergoeding. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2022, te Breda. Eiser is ter zitting verschenen middels een videoverbinding, bijgestaan door mr. S.A.M. Fikken, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Voorts is ter zitting verschenen S. Saaid, tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigd. Overwegingen

  1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2002 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
  2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft als zware gronden vermeld dat eiser: 3a: Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe gedaan; 3b: zich in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken; 3c: eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven. en als lichte gronden vermeld dat eiser: 4c: geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; 4d: niet beschikt over voldoende middelen van bestaan, 4e: verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
  3. De rechtbank stelt vast dat eiser de zware gronden onder 3c en 3b heeft betwist. De onbetwiste gronden zijn voldoende om aan te nemen dat er een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en kunnen de maatregel van bewaring dragen. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat de motivering van de maatregel, waaronder de motivering van gronden 3c en 3b, slordigheden bevat, overweegt de rechtbank dat deze feitelijke slordigheden de maatregel niet aantastten. De beroepsgrond slaagt niet.
  4. De rechtbank volgt eiser verder niet in diens stelling dat feitelijk zicht op de overdracht ontbreekt omdat eiser voornemens is een (mogelijke) PCR-test voorafgaand aan de geplande overdracht te weigeren. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat voor eiser geen PCR-test gepland staat omdat deze test op dit moment niet langer is vereist voor overdracht aan Oostenrijk. Nu het ondergaan van de PCR-test geen voorwaarde meer is voor de overdracht, kan deze grond niet slagen. Conclusie
  5. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1190.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.