← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:6581

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL22.11757 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft op 26 april 2022 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Deze maatregel duurt nog voort. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft voortgangsgegevens overgelegd. Eiser heeft daarop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 29 juni 2022 gesloten. Overwegingen

  1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum]. Hij heeft eerder gesteld de Tunesische nationaliteit te hebben, maar stelt nu de Algerijnse nationaliteit te hebben.
  2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
  3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 9 mei 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:4560, volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
  4. Eiser voert aan dat hij aan verweerder in kopie documenten heeft verschaft waaruit zijn Algerijnse nationaliteit blijkt en dat hij op basis daarvan had moeten worden gepresenteerd bij de Algerijnse ambassade. De rechtbank vat deze stelling zo op dat eiser aanvoert dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt.
  5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering van eiser uit Nederland. Uit het verslag van het vertrekgesprek van 9 juni 2022 blijkt dat eiser heeft verklaard dat hij een Algerijnse identiteitskaart en een Algerijns rijbewijs per post kan laten opsturen. Uit het verslag van het vertrekgesprek van 14 juni 2022 blijkt vervolgens dat de regievoerder op 9 juni 2022 van eiser via WhatsApp een kopie van een Algerijns rijbewijs en een kopie van een Algerijnse geboorteakte (voor zover de regievoerder dit kan beoordelen) heeft ontvangen. Eiser verklaart dan dat het toch niet mogelijk is om de originele documenten per post te laten opsturen. Verweerder was naar het oordeel van de rechtbank niet gehouden om op basis van kopieën contact op te nemen met de Algerijnse ambassade. Ook was verweerder niet gehouden om het terugkeertraject ten aanzien van Tunesië te staken en in dat kader betrekt de rechtbank nog in haar oordeel dat verweerder op 25 mei 2022 en op 16 juni 2022 schriftelijk heeft gerappelleerd over de voortgang van de laissez-passeraanvraag.
  6. Daarnaast voert eiser aan dat het terugkeerbesluit moet worden aangepast in die zin dat Algerije als land van terugkeer wordt vermeld. Deze beroepsgrond kan niet slagen reeds omdat aan de onderhavige maatregel van bewaring geen terugkeerbesluit ten grondslag ligt.
  7. Het beroep is ongegrond. Om die reden wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank:  verklaart het beroep ongegrond;  wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.