← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:6655

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.8870 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. G. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 17 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.8871, op 17 juni 2022 op zitting behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen

  1. Niet in geschil is dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming.
  2. Verweerder heeft in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat er geen beletselen zijn om eiser aan Italië over te dragen. Verweerder is daarbij ingegaan op de zienswijze van eiser.
  3. De Italiaanse autoriteiten hebben met het claimakkoord toegezegd dat zij eisers asielverzoek in behandeling zullen nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel wordt aangenomen dat Italië zijn internationale verplichtingen tegenover eiser naleeft. Er moet dan ook vanuit worden gegaan dat Italië eiser niet in strijd met het verbod van refoulement zal uitzetten en hem evenmin in strijd met de Opvangrichtlijn of Terugkeerrichtlijn zal detineren. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Dat hem eerder een boete zou zijn aangezegd, doet aan het claimakkoord niet af.
  4. Voor zover eiser in beroep stelt dat hij tijdens zijn eerder verblijf in Italië slecht is behandeld door de Italiaanse autoriteiten, geldt dat verweerder er in het voornemen en bestreden besluit terecht op heeft gewezen dat eiser geen ervaring met de asielprocedure en -opvang in Italië, omdat hij daar geen asielaanvraag heeft willen indienen. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat het voor hem niet mogelijk is om te klagen bij de Italiaanse autoriteiten indien zij tekortschieten in het naleven van hun internationale verplichtingen. Hij heeft zijn gestelde poging om te klagen niet onderbouwd.
  5. Het beroep is ongegrond.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert , griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.