Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer Rekestnummer: HA RK 21-27 Zaaknummer: C/09/606058 Datum beschikking: 13 juli 2022 Beschikking op het op 8 maart 2019 bij Team Familie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift van: [X] , de vrouw, en [Y] , de man, hierna ook te noemen: verzoekers, wonende te [woonplaats] , in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2004 te [geboorteplaats] , Macedonië, en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 te [geboorteplaats] , Macedonië, advocaat: mr. F. Kilic Arslan te Amsterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, verder te noemen “de IND”), zetelende te ’s-Gravenhage, vertegenwoordigd door mr. J.A.M. van der Klis. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, met bijlagen; het faxbericht van 9 april 2019, met bijlagen; het F9-formulier van 20 juni 2019, met bijlagen; het faxbericht van 13 december 2019, met bijlagen; de fax van 16 juli 2020 van de zijde van verzoekers; de fax van 22 juli 2020 van de zijde van verzoekers; de brief van 16 februari 2021 van de zijde van de IND; de fax van 26 mei 2021, met bijlagen, van de zijde van verzoekers; de brief van 10 september 2021 van de zijde van de IND; de brief van 26 oktober 2021, met bijlagen, van de zijde van verzoekers, tevens houdende een aanvullend verzoek. Op 3 februari 2020 heeft Team Familie van deze rechtbank een beschikking gegeven (zaaknummer C/09/569940, FA RK 19-1902) en daarin overwogen: ‘De rechtbank overweegt dat verzoekers de akten van erkenning en het origineel rapport van het verwantschapsonderzoek niet aan de rechtbank hebben toegezonden, zodat de rechtbank hiervan geen kennis heeft kunnen nemen. Er van uitgaande dat de gegevens zoals die door verzoekers zijn verstrekt juist zijn, concludeert de rechtbank dat het biologisch ouderschap van de man binnen één jaar na erkenning is aangetoond. Immers, de erkenning heeft op respectievelijk 6 december 2018 en 14 december 2018 plaatsgevonden en uit het rapport van 5 december 2019, derhalve binnen de termijn van één jaar, blijkt van het biologisch ouderschap van de man over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Gelet hierop en op het bepaalde in artikel 4, lid 1 RWN is het biologisch ouderschap binnen één jaar na erkenning aangetoond en zouden [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] hiermee de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen zodat voor hen een Nederlands paspoort kan worden aangevraagd.’ In het faxbericht van 22 juli 2020 delen verzoekers mee dat de gemeente [gemeente] hen heeft bericht dat de kinderen geen Nederlands paspoort kunnen aanvragen, omdat niet binnen één jaar na de erkenning het bewijs van DNA-onderzoek is overgelegd bij de gemeente Amsterdam, waar verzoekers en de kinderen toen ingeschreven stonden. Op grond van artikel 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) dient de gemeente binnen één jaar na de erkenning het bewijs van het DNA-onderzoek te verkrijgen. Dit is niet gebeurd. Verzoekers hebben daarom hun verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van de kinderen gehandhaafd. Uit de beschikking van deze rechtbank van 19 oktober 2020, verbeterd bij beschikking van 12 januari 2021, blijkt het volgende. De man heeft de kinderen erkend en is de juridisch ouder van de kinderen. Omdat verzoekers onvoldoende hebben onderbouwd wat het belang bij gerechtelijke vaststelling van het vaderschap is, is het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en wijziging van de geslachtsnaam van de kinderen afgewezen. De procedure is voor wat betreft het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van de kinderen – in de stand waarin deze zich op dat moment bevond – verwezen naar Team Handel van deze rechtbank. Op 15 december 2021 is de zaak ter videozitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn digitaal verschenen: de advocaat van verzoekers en mr. J.A.M. Klis namens de IND. Na de terechtzitting zijn nog overgelegd: een brief van 30 december 2021 van de zijde van verzoekers, met als bijlage de originele deskundigenrapportage Verwantschapsonderzoek van Verilabs, thans gedateerd 22 december 2021, waaruit blijkt dat het praktisch bewezen is dat de man de biologische vader is van de minderjarigen; een e-mailbericht van 23 februari 2022, met bijlagen, van de zijde van verzoekers, waarin is medegedeeld dat de kinderen met ingang van 4 januari 2022 in het bezit zijn gesteld van Nederlandse paspoorten; een e-mailbericht van 7 maart 2022 van de zijde van verzoekers waarin wordt meegedeeld dat zij het verzoek handhaven. Op 8 juni 2021 is de behandeling van de zaak ter zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van verzoekers en mr. J.A.M. Klis namens de IND. Feiten - Verzoekers zijn de ouders van voornoemde minderjarigen. - De vrouw is burger van de Republiek Noord-Macedonië. - De man heeft de Nederlandse nationaliteit. - De man heeft de kinderen erkend, [voornaam minderjarige 2] op [datum 1] 2018 en [voornaam minderjarige 1] op [datum 2] 2018. - Uit een rapport van DNA-onderzoek, verricht door Verilabs, van 5 december 2019 blijkt dat het praktisch bewezen is dat de man de biologische vader is van [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] . - [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] waren ten tijde van het indienen van het verzoek burger van de Republiek Noord-Macedonië. - Per 4 januari 2022 hebben [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] het Nederlanderschap verkregen door optie op grond van artikel 6 lid 1 sub c RWN. - Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie Het verzoekschrift strekt thans tot: - vaststelling van het Nederlanderschap per 13 december 2019 van [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] een en ander uitvoerbaar bij voorraad; subsidiair: - het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad omtrent de lezing van artikel 4 lid 1 Besluit DNA-onderzoek, althans het Hof van Justitie te Luxemburg omtrent de lezing van artikel 4 lid 1 Besluit DNA-onderzoek in combinatie met artikel 4 RWN in verhouding tot het internationaal recht, in het bijzonder artikel 6 van het Europees Verdrag inzake Nationaliteit (EVN) en beginsel 11 van Aanbeveling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.