← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2022:6941

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL22.11964 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam 1], eiser, V-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. A.A. Agayev), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 15 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Op 27 juni 2022 heeft eiser de beroepsgronden ingediend. Op 30 juni 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Op 6 juli 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen

  1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Turkse nationaliteit te bezitten.
  2. Eiser voert aan dat de maatregel van bewaring ten onrechte aan hem is opgelegd. De Afdeling heeft prejudiciële vragen gesteld en er is een reële kans dat de uitkomst daarvan gunstig is voor de lopende beroepsprocedure van eiser. In het geval eiser wordt uitgezet, zal hij dan weer teruggehaald moeten worden. Eiser is van mening dat dit niet de bedoeling kan zijn en daarom dient de maatregel te worden opgeheven.
  3. Bij besluit van 29 september 2021 is vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland. Verweerder heeft de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken en een inreisverbod voor de duur van 10 jaar opgelegd. Het daartegen ingediende bezwaar is bij besluit van 11 januari 2022 ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Dit heeft echter geen schorsende werking als gevolg, waardoor eiser nog altijd geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verweerder mag eiser daarom uitzetten naar Turkije. Dat de Afdeling prejudiciële vragen heeft gesteld in een zaak die mogelijk ook van toepassing zijn op de zaak van eiser, maakt dit niet anders.
  4. Eiser heeft de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden niet betwist. Deze gronden zijn feitelijk juist en voldoende om de maatregel te dragen. De oplegging van maatregel en de voortzetting daarvan zijn rechtmatig.
  5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Vreemdelingenwet
  7. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.